![]() |
#1
|
|||
|
|||
Dag van het Gezin
Belofte
Gisteren Dag van het Gezin. Het gezin was er niet. Uitgedreven naar scholen en kantoren. Dag gezin. Allemaal binnen fietsafstand. Soms heb ik geen zin in gezin. En gezeur, en gezaag, en gazon. Dat is gezond. Soms ben ik slecht gezind op het gezin. Nog gezonder. Er zijn gezinnen als spinnenwebben. De mama in het midden, het kruis op de rug. Kilometers kan zo'n web bestrijken. Spartelende papa's en kindjes. Spingezinnen. "Ouders", zegt nu het ongerijmde Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, "moeten beseffen waaraan ze beginnen als ze kinderen ter wereld brengen." Geweldig. En vertel mij dan eens: hoe zal het nootje weten wat het is een notelaar te zijn. Kinderen hebben. Hoe dikwijls moet ik dat nog uitleggen: ge krijgt dat niet uitgelegd. Laten we daarom, vervolgt het Instituur, allemaal "een opvoedingsbelofte" afleggen. Kwestie van de kwestie te "formaliseren". Gaat het daar nog nog een beetje in de gezinswetenschappen, ja? Een mens zit hier dag in dag uit met heel zijn driedelig gezinshoofd hoeksteen te spelen en dan zou hij nog een 'opvoedingsbelofte' moeten afleggen ook. Ik denk er niet aan. Ik blijf hier gewoon zitten. Kijk eens papa, zegt ze dan. En ze draait het dertigste rad van de middag in de tuin. En eindelijk komt ze helemaal recht terecht. Heb je dat gezien? Ja hoor. Ik ben de kijker. Eerst een microscoop, straks een telescoop. Maar zij kijken ook, en steeds vaker. Steeds meer zie ik mij in hun ogen. Samenlevend kijken wij allengs vaker heen en terug. Eenlevend spiegelpaleis. Kijkend leggen wij dagelijks de opvoedingsbelofte af. En toen kwam het gezin weer thuis, alles omhelsde elkaar. Samen adden we in de verhalen van de dag, net als de rest van de wereld, geen idee waaraan we waren begonnen. Benrnard Dewulf, columnist van De Morgen (vrijdag 16 mei 2008) |