![]() |
#1
|
||||
|
||||
![]() Timothy Garton Ash over de val van het Europese rijk
We kunnen de huidige crisis in de EU opvatten als weer een bewijs van een aftakelende beschaving, schrijft Timothy Garton Ash. Dat doen alvast de neoconservatieven en anti-Europeanen van deze wereld. ,,Het is aan ons om te bewijzen dat ze ongelijk hebben.'' ALS ik nadenk over de Europese Crisis (ik denk dat een hoofdletter C hier op zijn plaats is), ben ik geneigd om de reeds lang overleden en grotendeels vergeten Arnold Toynbee te lezen, de filosofische historicus die de opkomst en het verval van beschavingen beschreef. Want een plausibele interpretatie op lange termijn van de chaotische reactie in Europa sinds het Franse 'non' is dat dit de symptomen zijn van een aftakelende beschaving, of zelfs een in verval. Hoe belachelijk is het dat de eerste minister van Luxemburg blijft aandringen, als een Oost-Europese communistische leider uit het verleden, dat zwart wit is en dat daarom alles net zoals tevoren kan doorgaan? De overheid zal het volk ontbinden en een ander verkiezen. Hoe absurd dat Frankrijk en Groot-Brittannië, nu ze geconfronteerd worden met de felste publieke tegenkanting ooit tegen het Europese project, niets beters kunnen bedenken dan een fikse rel, over het Kanaal heen, over hun respectieve bijdragen tot een EU-budget. Die bijdrage kost de gemiddelde Britse belastingbetaler minder dan vijf euro per week. Onze leiders zijn, net als de Bourbons, niets vergeten en hebben niets geleerd. Als ik een Chinees was, dan wreef ik me nu in de handen. Na de Europese eeuwen, van circa 1500 tot 1945, en de Amerikaanse eeuw, van 1945 tot ergens in de eerste helft van deze eeuw, daagt de Aziatische eeuw aan de horizon. Zoals Tom Friedman van The New York Times bijtend opmerkt: ,,Terwijl Europa probeert te komen tot een 35-urenweek, maakt India werk van de 35-urendag. Wat ons 'kennis'-voordeel ook moge zijn, geen enkele economie kan op die manier de concurrentie aan. Het moet allemaal anders, als we willen dat alles bij het oude blijft. Déjà vu Toynbee vroeg zich af waarom beschavingen opkwamen en vervielen vanuit zijn ervaring met wat de Europese Burgeroorlog van 1914 tot 1945 is genoemd. De professionele geschiedschrijvers hebben bijna geen rekening gehouden met zijn grote, schematische antwoorden, maar het blijft een goede vraag. Zoals bij alle terribles simplificateurs stemmen sommige van zijn ideeën op zijn minst tot nadenken. Bij de typische kenmerken van uiteenvallende beschavingen vindt hij bijvoorbeeld de Siamese tweelingen 'archaïsme' en 'futurisme'. Sommige mensen wentelen zich in de herinnering aan een gouden tijdperk dat nooit heeft bestaan, terwijl anderen een ingebeelde toekomst verheerlijken. Klinkt dat bekend in de oren? Dan is er nog wat hij de 'verafgoding van een efemeer instituut' noemt. Voor sommige Europeanen van vandaag is dat verafgode efemere instituut de natiestaat, voor anderen de EU. En er is zijn fundamenteel en misschien eerder voor de hand liggend argument dat het verval van beschavingen voortschrijdt in een reeks crisissen en heroplevingen. Toynbee komt dicht bij de zelfparodie als hij suggereert dat het normale ritme crisis-heropleving-crisis-heropleving-crisis-heropleving-crisis lijkt te zijn: drie en een halve tel. In de eerste helft van de twintigste eeuw haalde Europa zich de moeder van alle crisissen op de hals. In de tweede helft van die eeuw zorgde het voor een fantastische heropleving. Hoewel de EU zich niet met de VS kan (en meestal ook niet wil) meten in militaire macht, doet zij dat wel in haar gezamenlijk bruto binnenlands product en in sociale aantrekkelijkheid. De EU is de grootste agglomeratie ter wereld van rijke vrije burgers. Bovendien is zij juist flink gegroeid. Dit is een buitengewoon succes, dat haast niemand voorzag toen Toynbee overleed, in het jaar van het eerste Britse referendum over ons lidmaatschap van 'Europa'. Decadent Het jaar daarop, in 1976, schreef Raymond Aron een boek met als titel Plaidoyer pour l'Europe décadente , (Pleidooi voor een decadent Europa). Zijn grote zorg was dat West-Europa zijn zelfvertrouwen verloor, zijn wil om te winnen, wat Machiavelli virtù noemde - ,,het vermogen tot gezamenlijke actie en historische vitaliteit''. De uitdaging die hij vreesde was niet het Verre Oosten, dat afgezien van Japan in die tijd nauwelijks een concurrent leek, maar het zeer nabije Oosten: de door de Sovjet-Unie gedomineerde en door communisten geregeerde helft van Europa. (Gezien de negatieve betekenis die in het recente Franse debat over het referendum werd gehecht aan het woord 'liberaal' is het interessant dat zijn alternatieve titel Pleidooi voor een Liberaal Europa was.) Zijn vrees voor het communistische Oosten bleek ongerechtvaardigd, hoewel een pessimist zou kunnen zeggen dat het Oosten gewoon eerst ineenstortte in het proces van 'competitieve decadentie'. Bijgevolg en dankzij de magnetische aantrekkingskracht en het actieve beleid van de Europese Unie traden op 1 mei van vorig jaar acht postcommunistische democratieën toe tot de EU. Nooit tevoren waren zovele Europese staten liberale democratieën en verenigd in eenzelfde economische, politieke en veiligheidsgemeenschap. Toch ontstond de Europese Crisis net een jaar na deze triomf en gedeeltelijk als gevolg ervan. Want de Franse en Nederlandse stemmen waren onder meer ook nee-stemmen tegen de gevolgen van de uitbreiding en tegen het vooruitzicht van verdere uitbreidingen. Dertig jaar geleden maakte Aron zich zorgen over een soort hedonistische genotzucht die kenmerkend was voor decadente samenlevingen. Hoewel ik de kans loop te klinken als een ouder wordende conservatief, komt dit af en toe bij mij op wanneer ik langs de Britse en Europese tv-zenders zap, van Celebrity Love Island , over Big Brother naar de eindeloos onanistische Duitse praatprogramma's. Aron maakte zich ook zorgen over het lage geboortecijfer in Europa, wat ondertussen nog lager is geworden. ,,De beschaving van egocentrisch amusement'', durfde hij op papier te zetten, ,,schrijft zichzelf ten dode op wanneer zij de belangstelling voor de toekomst verliest.'' Natuurlijk, wanneer wij dat vanuit een ander standpunt bekijken, liberaal in een andere betekenis, is het zeer lage geboortecijfer in landen als Spanje, Italië en Duitsland een uitdrukking van een toegenomen vrijheid: namelijk van het recht van de vrouw om te kiezen. Maar het gezond verstand zegt ons dat welvaartsstaten dan iemand anders nodig hebben om in het levensonderhoud van zovele gepensioneerden te voorzien. Die iemand is bij de hand: een jonge, sterke, groeiende bevolking net over de Middellandse Zee, die hier graag komt werken. Maar Europa blijkt er zeer slecht in te zijn moslimimmigranten zich thuis te laten voelen. De Nederlandse nee-stem was voor een belangrijk deel een stem tegen de immigratie van moslims en het Franse 'non' was gedeeltelijk gericht tegen de kans dat Turkije zou toetreden tot de EU. Het zal u niet ontgaan zijn dat deze analyse van de Europese decadentie een schokkende gelijkenis vertoont met die van Amerikaanse neoconservatieven en anti-Europeanen, tegen wier brutale karikaturen wij zo vaak gevochten hebben. Hierop zou ik twee zaken willen zeggen. Ten eerste, de Amerikaanse neoconservatieven zouden idioten zijn als zij zich in de handen wreven. Europa en Amerika zijn twee delen van een grotere beschaving. Als het oude Europa aan deze kant van de Atlantische Oceaan ten onder gaat, kan dat het nieuwe Europa aan de andere kant van de Atlantische Oceaan op korte termijn helpen bij zijn machtsrelaties, maar op lange termijn zal dat bijzonder schadelijk zijn voor de belangen van de VS. Ten tweede is het aan ons om te bewijzen dat zij het verkeerd voor hebben. Niets van alles waarop ik hier somber heb gezinspeeld, is onvermijdelijk. Jeremiades zijn bedoeld als zichzelf verloochenende voorspellingen. Het Europese project heeft vele malen vooruitgang geboekt precies door en als gevolg van een crisis. Mijn formule, van Romain Rolland via Antonio Gramsci, is 'pessimisme van het intellect, optimisme van de wil'. Op een ogenblik waarop de meeste columns in de Europese kranten zich laten gaan in de vertrouwde, vermanende retoriek van ,,wij moeten dit of dat doen'', kan het helpen om even afstand te nemen en met het pessimisme van het intellect rustig na te denken over de afgrond. Maar dan, na een periode van reflectie, moeten wij handelen. Doe uzelf een plezier: bewijs dat een neoconservatief ongelijk heeft. Timothy Garton Ash 09/06/2005, ©Copyright De Standaard
__________________
"Never argue with an idiot, they'll just bring you down to their level and beat you with experience." (c)TB |