
1st March 2011, 22:36
|
Registered User
|
|
Geregistreerd op: Sep 2009
Locatie: Lille
Posts: 106
|
|
Ondanks ophef tijdens London Fashion Week
Citaat:
'Graatmagere modellen zetten niet aan tot anorexia' Auteur: Kaatje De Coninck
'Meisjes krijgen geen anorexia omdat ze in de bladen plaatjes zien van magere modellen. De aanleg voor anorexia ontstaat al in de baarmoeder', zegt Dick Swaab, Nederlands neurowetenschapper in zijn jongste boek. Het is een controversiële uitspraak, zeker na de London Fashion Week waar het meest gebruikte model een BMI had van amper 15.
De jongste jaren klonk de roep steeds luider om graatmagere modellen van de catwalk te bannen. Maar de meest recente Fashion Week in Londen (18 tot en met 22 februari) toont dat er nog steeds niets veranderd is.
Bij veel meisjes kon je haast hun ribben tellen, en het graatmagere Zweedse model Chloe Memisevic had met haar lengte van 1,80 meter een BMI van rond de 15. Een getal tussen 18,5 en de 24,9 is gezond, 15 staat voor gevaarlijk ondergewicht.
Genetische aanleg
Zo mager: een slecht voorbeeld voor alle meisjes met eetstoornissen?
'Meisjes krijgen geen anorexia door plaatjes van magere modellen te zien', zeg hersenonderzoeker Dick Swaab. 'Dat is een mythe. Je komt met een bepaald karakter de baarmoeder uit, anorexia kun je niet veroorzaken met foto's.'
In zijn boek Wij zijn ons brein legt de controversiële hersenonderzoeker uit dat er genetische factoren zijn die meespelen in eetstoornissen. 'De aanleg voor anorexia ontstaat in de baarmoeder. Het komt vaak in families voor. De genen die daarvoor verantwoordelijk zijn, komen nu langzamerhand boven water.'
'Swaab maakt een belangrijk punt', zegt dokter Johan Vanderlinden, psycholoog en psychotherapeut in de anorexiakliniek van het Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven in Kortenberg. 'Onderzoeken tonen aan dat er vooral voor anorexia nervosa sprake is van genetische aanleg. Als de ene zus van een eeneiige tweeling anorexia heeft, heeft de andere zus - die genetisch identiek is - ook vijftig procent meer kans op anorexia. Bij een twee-eiige tweeling is dat maar 5 tot 10 procent.'
Maar Vanderlinden vindt dat de neurobioloog toch wat kort door de bocht gaat. 'Meisjes met een zekere erfelijke kwetsbaarheid voor anorexia nervosa spiegelen zich aan die magere modellen. Zij vormen zeker niet de eerste oorzaak voor een eetstoornis, maar ze vergroten wel de kans op de ontwikkeling ervan.'
Ook cultureel bepaald
De meeste studies van de jongste dertig jaar tonen nochtans ook aan dat er geen toename is in het aantal meisjes met anorexia, terwijl er in de maatschappij wel steeds meer nadruk ligt op mager zijn. 'Dat pleit dan voor de theorie van Swaab,' zegt Vanderlinden. 'Anderzijds: in derdewereldlanden, waar men honger lijdt, blijven eetstoornissen afwezig. Ook komt de ziekte meer voor in stedelijke gebieden dan op het platteland, omdat men in de stad blijkbaar meer geconfronteerd wordt met het belang van mager zijn. Anorexia is dus ook cultureel bepaald.'
Vanderlinden erkent wel het belang van neurobiologisch onderzoek. 'Onderzoek bij ratten toonde aan dat als je te veel afvalt, de hersenstoffen die een rol spelen bij het regelen van het honger- en verzadigingsgevoel op hol slaan, waardoor het beloningssysteem in de hersenen verandert. Met andere woorden: als je een normaal gewicht hebt, krijg je een aangenaam gevoel als je eet omdat je honger hebt. Meisjes met anorexia krijgen net een aangenaam gevoel als ze niet eten. Vandaar dat het normaliseren van het gewicht een basisvoorwaarde is om te genezen.'
De helft van alle patiënten met anorexia nervosa geneest volledig, bij één op de vier blijft de ziekte chronisch aanwezig. 'Hoe meer gegevens het genetisch en hersenonderzoek ons opleveren, hoe vroeger we meisjes die het risico lopen een eetstoornis te ontwikkelen, kunnen helpen.'
Bron: http://www.standaard.be/artikel/det...&subsection=176
|
Een interessant nieuw inzicht!
Ergens is het wel logisch: Anorexia is in de eerste plaats een ziekte die zich grotendeels in de hersenen afspeelt (zoals er al gezegd wordt: je brein wordt 'beloond' bij het niet-eten). Én bovendien is het genetisch bepaald. Dus in de eerste plaats hebben modefoto's of graatmagere modellen géén negatieve invloed.
Het is wél zo dat het wel een bepalende factor kan zijn, want inderdaad, in ontwikkelingslanden is er bijna geen anorexia nervosa te bespeuren, dus het heeft ook wel met onze samenleving te maken.
Maar alles op de mode-industrie steken is dus unfair!
|