Barst
3rd March 2016, 22:48
Reken niet op de elite voor beschaving
In plaats van zoals Steven Omblets toevlucht te zoeken tot dappere leiders als Angela Merkel, zijn het de kritische burgers zelf die de motor voor maatschappelijke verandering moeten doen aanslaan, schrijft Jelle Haemers.
Met de ‘bijbel’ van de Duitse socioloog Norbert Elias in de hand trekt Steven Omblets fel ten strijde tegen een in zijn ogen steeds egoïstischer wordende Europese samenleving (DS 2 maart) . Zijn kruistocht tegen demagogie is een lovenswaardige poging om leidende figuren een spiegel voor te houden van hoe het wél moet, maar helaas baseert hij zich daarbij op een verouderd pamflet.
Het civilisatieproces uit 1939 van Norbert Elias is de voorbije decennia door historici neergesabeld als een onbetrouwbaar werk voor de geschiedenis van de westerse beschaving, laat staan voor het ontstaan van de democratie. Het tegengif voor het gebrek aan solidariteit moet daarom niet gezocht worden in nieuw leiderschap, zoals Omblets doet, want hij wordt op het verkeerde spoor gezet door Elias. Recent onderzoek naar het ‘civilisatieproces’ toont aan dat de motor voor politieke verandering niet zozeer bij een maatschappelijke elite ligt, maar bij ons, kritische burgers. De wetenschappelijke kritiek op Elias kan daarom een inspiratie vormen voor een passend antwoord op het toenemende gebrek aan samenhorigheid in de huidige samenleving.
Ridders vochten met ridders
Wat is er fout aan de denkwijze van Norbert Elias? Zijn magnum opus is in de eerste plaats veel te teleologisch. Met oogkleppen op ziet hij een voortschrijdende beschaving aan het werk die op lange termijn vrede en welvaart in Europa heeft gebracht. Een dergelijke veronderstelling vloekt met de geschiedenis. Gaan 20ste-eeuwers vredelievender met elkaar om dan de middeleeuwse medemens? Onderzoek toont aan dat het aantal oorlogen in de middeleeuwen veel lager lag, en dat ze vooral veel kleinschaliger en minder gruwelijk waren dan die in latere tijden. Ridders vochten vooral tegen elkaar en niet tegen de gewone bevolking. Het gaat in tegen het buikgevoel om de middeleeuwen niet als een donkere en gewelddadige maatschappij te beschouwen, maar toch was de kans dat u toen met geweld geconfronteerd werd niet zoveel groter dan nu. Om nog maar over het oordeel van toekomstige historici te zwijgen: zullen zij in het begin van de 21ste eeuw ‘een stap vooruit’ ontwaren? Een blind vooruitgangsgeloof helpt ons dus niet verder. Want het preekt passiviteit, omdat we er dan mogen vanuit gaan dat het vanzelf wel goed komt.
Moeten we dan onze toevlucht zoeken tot dappere leiders, zoals Omblets bepleit? Dat is evenmin een goed idee, leert de rechtzetting van Elias’ bevindingen. Wel heeft de Duitse socioloog het bij het rechte eind als hij stelt dat mensen door economische vervlechting steeds afhankelijker van elkaar worden. Daarom hebben ze leren samenleven. In stijgende mate beteugelden instellingen en rechtbanken het gedrag van burgers, maar dat had wisselend succes. Want elites hebben in het verleden weinig ondernomen om geweld uit de samenleving te bannen, dat deden ze alleen als hun positie in gevaar kwam. Onderzoek wijst uit dat vooral middengroepen de motor van politieke verandering waren. Ambachtslieden, handelaars en gegoede burgers hebben in het verleden elites ‘geciviliseerd’. Hoofse manieren van omgang onder de elite zijn dus niet naar onderen doorgesijpeld, zoals Elias ten onrechte stelde. Met hun opstanden en vredevol verzet hebben handwerkers en middengroepen in de steden voor een meer ‘beschaafd’ gedrag van elites gepleit. Kunstzinnige satire van rederijkers bijvoorbeeld ging hevig tekeer tegen corrupte bewindslui die eerder figuurlijk dan letterlijk aan de schandpaal genageld werden. Uiteindelijk met succes.
Het ontstaan van enkele democratische principes in de door Elias en anderen verguisde periode van de middeleeuwen is daarvan het mooiste voorbeeld. Rond 1300 bijvoorbeeld eisten verenigingen van arbeiders (de ambachten en gilden) transparantie van gezagsdragers. Voordien bestuurden welgestelde families steden als potentaten, maar dat kon voor ambachtslieden vanaf 1300 niet meer door de beugel. Zij verlangden dat bestuurders verantwoording voor hun daden en voor de besteding van het belastinggeld aflegden. Als gevolg daarvan ontstonden rekeningen van openbare instellingen en publieke bestuursdocumenten. Nog altijd is dit een van de belangrijkste verworvenheden van de middeleeuwen. Een democratie zoals nu ontstond er toen niet – we hadden nog vele eeuwen nodig – maar rekenschap afleggen voor beleidsdaden is wel nog altijd een basisbeginsel van ons huidige politieke bestel. Aanvankelijk legden stedelijke elites die eisen naast zich neer, én nog vele eeuwen zouden koningen, edelen en hovelingen weigeren om zich te schikken, maar uiteindelijk heeft de opflakkerende strijd tegen eigengereide beslissingen van elites het gehaald. Dank aan onze voorvaderen.
Wantrouw de gids
Hoe kunnen we de rechtzetting van Elias’ bevindingen naar vandaag vertalen? Elites moeten we overtuigen van ons gelijk. Eerder dan een blind geloof in Donald Trump of een lofrede voor Angela Merkel, is politieke participatie van onderuit een oplossing. Maatschappelijke verandering aan ‘gidsen’ overlaten kan faliekant aflopen, zo heeft de geschiedenis geleerd. Leiders moeten we niet op een sokkel te plaatsen, wel moeten we luisteren naar degene die nooit een standbeeld in de geschiedenis gekregen hebben. Burgers zoals u en ik kunnen de maatschappij veranderen, en moeten kritisch ingaan tegen populisten en volksmenners. Door te laten horen dat we het oneens zijn met leiders die egoïsme prediken. Door ons solidair te tonen met vluchtelingen. Door te investeren in onderwijs dat mensen kritisch maakt, en hen dus de deskundigheid aanleert om constructief mee te denken. Wees gerust, leiders zullen wel volgen. Toegegeven, misschien niet zonder een denkbeeldige slag of stoot. Maar als we als kritische burgers blijven hameren op principes van solidariteit, transparantie van beleid en beschaving, dan is een geciviliseerde wereld misschien toch binnen bereik.
DS, 03-03-2016 (Jelle Haemers)
In plaats van zoals Steven Omblets toevlucht te zoeken tot dappere leiders als Angela Merkel, zijn het de kritische burgers zelf die de motor voor maatschappelijke verandering moeten doen aanslaan, schrijft Jelle Haemers.
Met de ‘bijbel’ van de Duitse socioloog Norbert Elias in de hand trekt Steven Omblets fel ten strijde tegen een in zijn ogen steeds egoïstischer wordende Europese samenleving (DS 2 maart) . Zijn kruistocht tegen demagogie is een lovenswaardige poging om leidende figuren een spiegel voor te houden van hoe het wél moet, maar helaas baseert hij zich daarbij op een verouderd pamflet.
Het civilisatieproces uit 1939 van Norbert Elias is de voorbije decennia door historici neergesabeld als een onbetrouwbaar werk voor de geschiedenis van de westerse beschaving, laat staan voor het ontstaan van de democratie. Het tegengif voor het gebrek aan solidariteit moet daarom niet gezocht worden in nieuw leiderschap, zoals Omblets doet, want hij wordt op het verkeerde spoor gezet door Elias. Recent onderzoek naar het ‘civilisatieproces’ toont aan dat de motor voor politieke verandering niet zozeer bij een maatschappelijke elite ligt, maar bij ons, kritische burgers. De wetenschappelijke kritiek op Elias kan daarom een inspiratie vormen voor een passend antwoord op het toenemende gebrek aan samenhorigheid in de huidige samenleving.
Ridders vochten met ridders
Wat is er fout aan de denkwijze van Norbert Elias? Zijn magnum opus is in de eerste plaats veel te teleologisch. Met oogkleppen op ziet hij een voortschrijdende beschaving aan het werk die op lange termijn vrede en welvaart in Europa heeft gebracht. Een dergelijke veronderstelling vloekt met de geschiedenis. Gaan 20ste-eeuwers vredelievender met elkaar om dan de middeleeuwse medemens? Onderzoek toont aan dat het aantal oorlogen in de middeleeuwen veel lager lag, en dat ze vooral veel kleinschaliger en minder gruwelijk waren dan die in latere tijden. Ridders vochten vooral tegen elkaar en niet tegen de gewone bevolking. Het gaat in tegen het buikgevoel om de middeleeuwen niet als een donkere en gewelddadige maatschappij te beschouwen, maar toch was de kans dat u toen met geweld geconfronteerd werd niet zoveel groter dan nu. Om nog maar over het oordeel van toekomstige historici te zwijgen: zullen zij in het begin van de 21ste eeuw ‘een stap vooruit’ ontwaren? Een blind vooruitgangsgeloof helpt ons dus niet verder. Want het preekt passiviteit, omdat we er dan mogen vanuit gaan dat het vanzelf wel goed komt.
Moeten we dan onze toevlucht zoeken tot dappere leiders, zoals Omblets bepleit? Dat is evenmin een goed idee, leert de rechtzetting van Elias’ bevindingen. Wel heeft de Duitse socioloog het bij het rechte eind als hij stelt dat mensen door economische vervlechting steeds afhankelijker van elkaar worden. Daarom hebben ze leren samenleven. In stijgende mate beteugelden instellingen en rechtbanken het gedrag van burgers, maar dat had wisselend succes. Want elites hebben in het verleden weinig ondernomen om geweld uit de samenleving te bannen, dat deden ze alleen als hun positie in gevaar kwam. Onderzoek wijst uit dat vooral middengroepen de motor van politieke verandering waren. Ambachtslieden, handelaars en gegoede burgers hebben in het verleden elites ‘geciviliseerd’. Hoofse manieren van omgang onder de elite zijn dus niet naar onderen doorgesijpeld, zoals Elias ten onrechte stelde. Met hun opstanden en vredevol verzet hebben handwerkers en middengroepen in de steden voor een meer ‘beschaafd’ gedrag van elites gepleit. Kunstzinnige satire van rederijkers bijvoorbeeld ging hevig tekeer tegen corrupte bewindslui die eerder figuurlijk dan letterlijk aan de schandpaal genageld werden. Uiteindelijk met succes.
Het ontstaan van enkele democratische principes in de door Elias en anderen verguisde periode van de middeleeuwen is daarvan het mooiste voorbeeld. Rond 1300 bijvoorbeeld eisten verenigingen van arbeiders (de ambachten en gilden) transparantie van gezagsdragers. Voordien bestuurden welgestelde families steden als potentaten, maar dat kon voor ambachtslieden vanaf 1300 niet meer door de beugel. Zij verlangden dat bestuurders verantwoording voor hun daden en voor de besteding van het belastinggeld aflegden. Als gevolg daarvan ontstonden rekeningen van openbare instellingen en publieke bestuursdocumenten. Nog altijd is dit een van de belangrijkste verworvenheden van de middeleeuwen. Een democratie zoals nu ontstond er toen niet – we hadden nog vele eeuwen nodig – maar rekenschap afleggen voor beleidsdaden is wel nog altijd een basisbeginsel van ons huidige politieke bestel. Aanvankelijk legden stedelijke elites die eisen naast zich neer, én nog vele eeuwen zouden koningen, edelen en hovelingen weigeren om zich te schikken, maar uiteindelijk heeft de opflakkerende strijd tegen eigengereide beslissingen van elites het gehaald. Dank aan onze voorvaderen.
Wantrouw de gids
Hoe kunnen we de rechtzetting van Elias’ bevindingen naar vandaag vertalen? Elites moeten we overtuigen van ons gelijk. Eerder dan een blind geloof in Donald Trump of een lofrede voor Angela Merkel, is politieke participatie van onderuit een oplossing. Maatschappelijke verandering aan ‘gidsen’ overlaten kan faliekant aflopen, zo heeft de geschiedenis geleerd. Leiders moeten we niet op een sokkel te plaatsen, wel moeten we luisteren naar degene die nooit een standbeeld in de geschiedenis gekregen hebben. Burgers zoals u en ik kunnen de maatschappij veranderen, en moeten kritisch ingaan tegen populisten en volksmenners. Door te laten horen dat we het oneens zijn met leiders die egoïsme prediken. Door ons solidair te tonen met vluchtelingen. Door te investeren in onderwijs dat mensen kritisch maakt, en hen dus de deskundigheid aanleert om constructief mee te denken. Wees gerust, leiders zullen wel volgen. Toegegeven, misschien niet zonder een denkbeeldige slag of stoot. Maar als we als kritische burgers blijven hameren op principes van solidariteit, transparantie van beleid en beschaving, dan is een geciviliseerde wereld misschien toch binnen bereik.
DS, 03-03-2016 (Jelle Haemers)