Barst
8th April 2013, 17:47
Duitsland wil door Europa getemd blijven
Niet alleen de EU-buren vrezen de invloed van Duitsland, de Duitse regering zelf vindt te veel macht niet democratisch.
Sinds de eurocrisis waait de geest van een te machtig Duitsland weer rond in Europa, een Duitsland dat de buren zijn wil opdringt. Het is de ironie van de geschiedenis. In 1992 was Duitsland bij het Verdrag van Maastricht bereid op te gaan in een Europese Monetaire Unie, juist mede omdat andere landen twijfels hadden of Duitsland zich wel met haar Europese buren verbonden zou blijven voelen. De vrees was dat het herenigde Duitsland een eigen weg zou kiezen.
Stabiliteitscultuur
Europese en internationale samenwerking zijn voor de Duitse politieke elite altijd zeer belangrijk geweest. Al sinds het begin van de Europese integratie, vlak na de Tweede Wereldoorlog, was die samenwerking voor Duitsland de enige manier om weer haar economische kracht te ontwikkelen en een diplomatieke rol te spelen. De eerste stappen in het Europese integratieproces in de jaren vijftig waren erop gericht om het weer opstaan van een machtig en expansief Duitsland te voorkomen.
Duitsland werd een getemde macht. Het was voorstander van meer bevoegdheden van supranationale instellingen zoals de Europese Commissie en het Europees Parlement. Zijn de tijden veranderd? Kanselier Merkel stelde zich hard op in de Cyprus-crisis. De Duitse regering streeft inderdaad veel nadrukkelijker dan eerst het eigen belang na. De nieuwe kritische opstelling heeft vooral te maken met de nationale gevoeligheid ten opzichte van vraagstukken rond de euro. De angst voor inflatie is diepgeworteld. De opkomst van het nationaal-socialisme in de jaren dertig werd in verband gebracht met hyperinflatie. De economische heropleving van na de oorlog werd juist gerelateerd aan de waardevaste D-Mark. Bij deze 'stabiliteitscultuur' passen geen overmatige schulden, en een overgroot gedeelte van de Duitse kiezers is niet bereid om landen te helpen die in hun waarneming op de pof hebben geleefd.
Crisisbesluitvorming
De Duitse regering moet met deze electorale gevoeligheden rekening houden. In haar eigen christen-democratische CDU heeft Merkel te maken met een Europa-kritische zusterpartij CSU, en ook in de kleinere regeringspartij, de liberale FDP, klinken zeer kritische geluiden over Europa. Bij elke stemming in het Duitse parlement over de crisis in de eurozone is het weer de vraag of de coalitie voldoende steun in de eigen rijen kan verwerven. Paradoxaal genoeg laat de harde opstelling van Merkel in Europa, en haar invloed, zich dus mede verklaren uit de interne verdeeldheid binnen de regering.
De groeiende invloed van Duitsland in Europa wordt mogelijk gemaakt door de bijzondere manier van crisisbesluitvorming. Vergaande beslissingen worden op dit moment genomen in overleg tussen regeringsleiders en vastgelegd in internationale verdragen. De normale checks and balances ontbreken.
Ook de Duitse regering zelf vindt dat deze manier van intergouvernementeel zaken doen op den duur niet democratisch verantwoord is. Merkel zinspeelt op een grotere rol voor de Europese Commissie en het Europarlement, maar vooral ook op een grotere rol van nationale parlementen. Haar minister van financiën Schäuble wil zelfs dat de president van de commissie door de Europese bevolking of het Europees Parlement gekozen kan worden. Het zal de macht van de regeringen van lidstaten, inclusief de Duitse, inperken. Dat juist ook de Duitse regering dit wenst, maakt duidelijk dat Duitsland zijn toekomst nog steeds in de EU ziet - en getemd wil blijven door Europese institutionele kaders.
Markus Haverland, hoogleraar Politicologie Erasmus Universiteit Rotterdam
Blog Trouw, 08-04-2013
Niet alleen de EU-buren vrezen de invloed van Duitsland, de Duitse regering zelf vindt te veel macht niet democratisch.
Sinds de eurocrisis waait de geest van een te machtig Duitsland weer rond in Europa, een Duitsland dat de buren zijn wil opdringt. Het is de ironie van de geschiedenis. In 1992 was Duitsland bij het Verdrag van Maastricht bereid op te gaan in een Europese Monetaire Unie, juist mede omdat andere landen twijfels hadden of Duitsland zich wel met haar Europese buren verbonden zou blijven voelen. De vrees was dat het herenigde Duitsland een eigen weg zou kiezen.
Stabiliteitscultuur
Europese en internationale samenwerking zijn voor de Duitse politieke elite altijd zeer belangrijk geweest. Al sinds het begin van de Europese integratie, vlak na de Tweede Wereldoorlog, was die samenwerking voor Duitsland de enige manier om weer haar economische kracht te ontwikkelen en een diplomatieke rol te spelen. De eerste stappen in het Europese integratieproces in de jaren vijftig waren erop gericht om het weer opstaan van een machtig en expansief Duitsland te voorkomen.
Duitsland werd een getemde macht. Het was voorstander van meer bevoegdheden van supranationale instellingen zoals de Europese Commissie en het Europees Parlement. Zijn de tijden veranderd? Kanselier Merkel stelde zich hard op in de Cyprus-crisis. De Duitse regering streeft inderdaad veel nadrukkelijker dan eerst het eigen belang na. De nieuwe kritische opstelling heeft vooral te maken met de nationale gevoeligheid ten opzichte van vraagstukken rond de euro. De angst voor inflatie is diepgeworteld. De opkomst van het nationaal-socialisme in de jaren dertig werd in verband gebracht met hyperinflatie. De economische heropleving van na de oorlog werd juist gerelateerd aan de waardevaste D-Mark. Bij deze 'stabiliteitscultuur' passen geen overmatige schulden, en een overgroot gedeelte van de Duitse kiezers is niet bereid om landen te helpen die in hun waarneming op de pof hebben geleefd.
Crisisbesluitvorming
De Duitse regering moet met deze electorale gevoeligheden rekening houden. In haar eigen christen-democratische CDU heeft Merkel te maken met een Europa-kritische zusterpartij CSU, en ook in de kleinere regeringspartij, de liberale FDP, klinken zeer kritische geluiden over Europa. Bij elke stemming in het Duitse parlement over de crisis in de eurozone is het weer de vraag of de coalitie voldoende steun in de eigen rijen kan verwerven. Paradoxaal genoeg laat de harde opstelling van Merkel in Europa, en haar invloed, zich dus mede verklaren uit de interne verdeeldheid binnen de regering.
De groeiende invloed van Duitsland in Europa wordt mogelijk gemaakt door de bijzondere manier van crisisbesluitvorming. Vergaande beslissingen worden op dit moment genomen in overleg tussen regeringsleiders en vastgelegd in internationale verdragen. De normale checks and balances ontbreken.
Ook de Duitse regering zelf vindt dat deze manier van intergouvernementeel zaken doen op den duur niet democratisch verantwoord is. Merkel zinspeelt op een grotere rol voor de Europese Commissie en het Europarlement, maar vooral ook op een grotere rol van nationale parlementen. Haar minister van financiën Schäuble wil zelfs dat de president van de commissie door de Europese bevolking of het Europees Parlement gekozen kan worden. Het zal de macht van de regeringen van lidstaten, inclusief de Duitse, inperken. Dat juist ook de Duitse regering dit wenst, maakt duidelijk dat Duitsland zijn toekomst nog steeds in de EU ziet - en getemd wil blijven door Europese institutionele kaders.
Markus Haverland, hoogleraar Politicologie Erasmus Universiteit Rotterdam
Blog Trouw, 08-04-2013