Barst
21st June 2011, 17:13
Fukuyama's drie stappen naar democratie
Francis Fukuyama gaat in zijn nieuwste boek na welke bestanddelen nodig zijn voor een succesvolle democratie. Maar hoe realistisch zijn zulke verwachtingen in de Arabische landen waar dictatoriale regimes nu als dominostenen omvallen?
Zijn nieuwste boek 'De oorsprong van onze politiek' - bijna 600 pagina's en er volgt nog een tweede deel - behandelt zo ongeveer de hele wereldgeschiedenis. De inzet: op basis van historische voorbeelden achterhalen welke bestanddelen nodig zijn voor een succesvolle democratie.
Het had niet op een beter tijdstip kunnen verschijnen. In het Midden-Oosten en Noord-Afrika vallen de (semi)dictatoriale regimes als dominostenen. Eerst Tunesië, toen Egypte, nu Jemen en in Libië en Syrië zal het er om spannen. De gebeurtenissen doen denken aan die in Oost-Europa in 1989 en er wordt gesproken over een Arabische Lente.
Maar hoe realistisch zijn zulke verwachtingen? Is er werkelijk uitzicht op democratie? 'De passie van demonstranten en voorstanders van de democratie over de hele wereld kan voldoende zijn om een regering te doen vallen', zegt Fukuyama, 'maar democratie kan pas slagen met een lang, kostbaar en ingewikkeld proces van institutionele opbouw.'
Hij gaat niet expliciet in op de Arabische Lente - zijn boek rolde in de Verenigde Staten al van de persen toen de gebeurtenissen in het Midden-Oosten in volle gang waren. Desalniettemin levert hij een bruikbare routekaart. De weg naar democratie in drie stappen:
1. Pas op voor tribalisme
Vroeger waren samenlevingen volgens tribale lijnen georganiseerd, laat Fukuyama zien. Mensen behoorden tot een familie, een stam of een clan. Een heel land daarentegen valt nauwelijks te besturen op basis van dit uitgangspunt; immer dreigt het gevaar van vriendjespolitiek. Als de ene groep de macht in handen heeft, zal de andere groep snel denken dat ze wordt benadeeld. De liberale democratie lost het op door een derde partij in te stellen, die als een scheidsrechter twisten kan beslechten, desnoods met geweld.
Vóór de revoluties was het probleem in het Midden-Oosten juist dat het staatsapparaat té sterk was ontwikkeld. Het is niet voor niets dat het merendeel van de heersers wordt gekwalificeerd als hele of halve dictators. Neem Egypte. De overheid bemoeide zich met bijna alles. Het recht om te demonstreren? Alleen als het de machthebbers uitkwam. Anders deinsde de politie er niet voor terug om keihard in te grijpen. Van een privésfeer was maar beperkt sprake en in de omringende landen gaat het er niet veel anders aan toe. Hoewel Hosni Moebarak inmiddels als president is afgetreden, is het probleem daarmee niet opgelost. Dat zit veel dieper. Zo heeft de Egyptische overheid nog steeds aandelen in (en daardoor zeggenschap over) de drie grootste kranten van het land.
Maar het brengt ook risico's met zich mee als de staat de teugels laat vieren. Het aloude tribalisme kan gemakkelijk de kop weer opsteken. We zien het nu gebeuren in Egypte, dat zich bevindt in een overgangsfase. Recent nog vielen er doden toen moslims het hadden gemunt op koptisch christenen. Eduard Padberg, correspondent van Trouw in Egypte, zei het zo: "Dat het zo uit de hand is gelopen komt volgens velen doordat de politie zich sinds de revolutie nog nauwelijks meer laat zien in de wijk, die in de jaren tachtig en negentig bekend stond als een islamitisch bolwerk".
De juiste omvang en kracht van de staat is dus een permanente balanceeract.
2. Laat machthebbers verantwoording afleggen
Wie van de machthebbers in het Midden-Oosten heeft een stevig mandaat van de bevolking? We weten het niet, omdat verkiezingen zelden vrij en geheim waren, zoals dat hoort in een democratie. Moebarak was dertig jaar president van Egypte en de verkiezingen die hij uitschreef waren een farce. Kadafi is sinds 1969 de leider van Libië en daarmee tevens recordhouder in de regio. En Bashar al-Assad verwierf het presidentschap van Syrië via zijn vader toen deze in 2000 stierf.
Een verkozen regering heeft meer legitimiteit dan een die via geweld of overerving tot stand is gekomen, aldus Fukuyama. Wellicht is de afwezigheid van inspraak de grootste aanjager van de onlusten. Mensen zijn niet enkel geïnteresseerd in materiële zaken; minstens zo belangrijk is dat ze streven naar erkenning. In een gesprek met Hans Goslinga in deze krant zegt Fukuyama het zo: "Kijk naar wat er in het Midden-Oosten gaande is. De burgers willen vrijheid. Je kunt het ook omdraaien, ze willen niet gekoeioneerd worden. Dat is volgens mij een universeel gevoel."
De concessies die op dit punt zijn gedaan, waren vooral van symbolische aard. Toen Moebarak de demonstranten niet tot bedaren kon brengen, richtte hij zijn kabinet opnieuw in, een maatregel die ook is toegepast door andere machthebbers. Uiteindelijk beloofde hij spoedige verkiezingen en hij schijnt binnenkort middels een brief zijn excuses te gaan maken aan de Egyptische bevolking. Zulke acties laveren echter tussen paniekvoetbal en opportunisme.
Politieke verantwoording moet niet ad hoc gebeuren; de bevolking hoort stelselmatig mee te kunnen kijken over de schouders van de machthebbers. Wellicht dat dit wordt geregeld door de commissie die bezig is met een herziening van de Egyptische grondwet. Hoopgevend is in elk geval dat deze middels een referendum wordt voorgelegd aan de bevolking.
Zal het in Jemen straks ook zo gaan? In Libië en Syrië, waar de strijd nog in volle gang is, lijkt de tijd zeker nog niet rijp voor een oprechte geste naar de bevolking.
3. Zorg voor een stabiele rechtsorde
Met deze bestanddelen - een sterke staat en politieke verantwoording - ben je er nog niet. Samen kunnen ze nog steeds een (verlicht) despoot legitimeren die de goedkeuring van zijn volk heeft. Een democratie moet aan nog een derde voorwaarde voldoen. Er dient een set regels en afspraken te zijn die voor iedereen geldt. Dus óók voor de machthebbers. Fukuyama: 'De heerser is niet soeverein; de wet is soeverein, en de heerser is alleen legitiem voor zover hij rechtmatig bevoegdheden aan de wet ontleent.'
Hier ligt de grootste uitdaging in het Midden-Oosten. 'Van alle elementen van moderne staten', aldus Fukuyama, 'zijn effectieve juridische instellingen misschien wel het moeilijkst te realiseren.' In deze context behandelt hij het islamitische wetssysteem, de sharia. Hoe moeten we de populariteit hiervan beoordelen? Eind vorig jaar publiceerde het Amerikaanse onderzoeksbureau PEW de resultaten publiceerde van een grootschalig onderzoek onder moslims. Maar liefst 95 procent van de Egyptenaren geeft aan dat de islam een grote rol moet spelen in de politiek.
Zie dit niet louter als een hunkering naar een Middeleeuwse islam, waarschuwt Fukuyama, 'maar veeleer als een verlangen naar een evenwichtiger bewind waarbij de politieke macht bereid zou zijn om binnen voorspelbare regels te opereren'. De daadwerkelijke vestiging van de sharia lost echter niets op. Een afname van de macht van de seculiere machthebbers leidt haast automatisch tot een machtstoename bij de religieuze leiders. Het probleem verschuift dus alleen maar. Zie de Islamitische Republiek Iran, waar de Raad van Hoeders het voor het zeggen heeft, maar de kwestie speelt ook in Egypte. Onlangs heeft de omstreden Moslimbroederschap de partij Vrijheid en Recht opgericht. Zelf zegt de partij niet theocratisch te zijn, maar menig commentator blijft argwanend. De verkiezingen zullen het leren.
Trouw, 21-06-2011 (Sebastien Valkenberg)
Francis Fukuyama gaat in zijn nieuwste boek na welke bestanddelen nodig zijn voor een succesvolle democratie. Maar hoe realistisch zijn zulke verwachtingen in de Arabische landen waar dictatoriale regimes nu als dominostenen omvallen?
Zijn nieuwste boek 'De oorsprong van onze politiek' - bijna 600 pagina's en er volgt nog een tweede deel - behandelt zo ongeveer de hele wereldgeschiedenis. De inzet: op basis van historische voorbeelden achterhalen welke bestanddelen nodig zijn voor een succesvolle democratie.
Het had niet op een beter tijdstip kunnen verschijnen. In het Midden-Oosten en Noord-Afrika vallen de (semi)dictatoriale regimes als dominostenen. Eerst Tunesië, toen Egypte, nu Jemen en in Libië en Syrië zal het er om spannen. De gebeurtenissen doen denken aan die in Oost-Europa in 1989 en er wordt gesproken over een Arabische Lente.
Maar hoe realistisch zijn zulke verwachtingen? Is er werkelijk uitzicht op democratie? 'De passie van demonstranten en voorstanders van de democratie over de hele wereld kan voldoende zijn om een regering te doen vallen', zegt Fukuyama, 'maar democratie kan pas slagen met een lang, kostbaar en ingewikkeld proces van institutionele opbouw.'
Hij gaat niet expliciet in op de Arabische Lente - zijn boek rolde in de Verenigde Staten al van de persen toen de gebeurtenissen in het Midden-Oosten in volle gang waren. Desalniettemin levert hij een bruikbare routekaart. De weg naar democratie in drie stappen:
1. Pas op voor tribalisme
Vroeger waren samenlevingen volgens tribale lijnen georganiseerd, laat Fukuyama zien. Mensen behoorden tot een familie, een stam of een clan. Een heel land daarentegen valt nauwelijks te besturen op basis van dit uitgangspunt; immer dreigt het gevaar van vriendjespolitiek. Als de ene groep de macht in handen heeft, zal de andere groep snel denken dat ze wordt benadeeld. De liberale democratie lost het op door een derde partij in te stellen, die als een scheidsrechter twisten kan beslechten, desnoods met geweld.
Vóór de revoluties was het probleem in het Midden-Oosten juist dat het staatsapparaat té sterk was ontwikkeld. Het is niet voor niets dat het merendeel van de heersers wordt gekwalificeerd als hele of halve dictators. Neem Egypte. De overheid bemoeide zich met bijna alles. Het recht om te demonstreren? Alleen als het de machthebbers uitkwam. Anders deinsde de politie er niet voor terug om keihard in te grijpen. Van een privésfeer was maar beperkt sprake en in de omringende landen gaat het er niet veel anders aan toe. Hoewel Hosni Moebarak inmiddels als president is afgetreden, is het probleem daarmee niet opgelost. Dat zit veel dieper. Zo heeft de Egyptische overheid nog steeds aandelen in (en daardoor zeggenschap over) de drie grootste kranten van het land.
Maar het brengt ook risico's met zich mee als de staat de teugels laat vieren. Het aloude tribalisme kan gemakkelijk de kop weer opsteken. We zien het nu gebeuren in Egypte, dat zich bevindt in een overgangsfase. Recent nog vielen er doden toen moslims het hadden gemunt op koptisch christenen. Eduard Padberg, correspondent van Trouw in Egypte, zei het zo: "Dat het zo uit de hand is gelopen komt volgens velen doordat de politie zich sinds de revolutie nog nauwelijks meer laat zien in de wijk, die in de jaren tachtig en negentig bekend stond als een islamitisch bolwerk".
De juiste omvang en kracht van de staat is dus een permanente balanceeract.
2. Laat machthebbers verantwoording afleggen
Wie van de machthebbers in het Midden-Oosten heeft een stevig mandaat van de bevolking? We weten het niet, omdat verkiezingen zelden vrij en geheim waren, zoals dat hoort in een democratie. Moebarak was dertig jaar president van Egypte en de verkiezingen die hij uitschreef waren een farce. Kadafi is sinds 1969 de leider van Libië en daarmee tevens recordhouder in de regio. En Bashar al-Assad verwierf het presidentschap van Syrië via zijn vader toen deze in 2000 stierf.
Een verkozen regering heeft meer legitimiteit dan een die via geweld of overerving tot stand is gekomen, aldus Fukuyama. Wellicht is de afwezigheid van inspraak de grootste aanjager van de onlusten. Mensen zijn niet enkel geïnteresseerd in materiële zaken; minstens zo belangrijk is dat ze streven naar erkenning. In een gesprek met Hans Goslinga in deze krant zegt Fukuyama het zo: "Kijk naar wat er in het Midden-Oosten gaande is. De burgers willen vrijheid. Je kunt het ook omdraaien, ze willen niet gekoeioneerd worden. Dat is volgens mij een universeel gevoel."
De concessies die op dit punt zijn gedaan, waren vooral van symbolische aard. Toen Moebarak de demonstranten niet tot bedaren kon brengen, richtte hij zijn kabinet opnieuw in, een maatregel die ook is toegepast door andere machthebbers. Uiteindelijk beloofde hij spoedige verkiezingen en hij schijnt binnenkort middels een brief zijn excuses te gaan maken aan de Egyptische bevolking. Zulke acties laveren echter tussen paniekvoetbal en opportunisme.
Politieke verantwoording moet niet ad hoc gebeuren; de bevolking hoort stelselmatig mee te kunnen kijken over de schouders van de machthebbers. Wellicht dat dit wordt geregeld door de commissie die bezig is met een herziening van de Egyptische grondwet. Hoopgevend is in elk geval dat deze middels een referendum wordt voorgelegd aan de bevolking.
Zal het in Jemen straks ook zo gaan? In Libië en Syrië, waar de strijd nog in volle gang is, lijkt de tijd zeker nog niet rijp voor een oprechte geste naar de bevolking.
3. Zorg voor een stabiele rechtsorde
Met deze bestanddelen - een sterke staat en politieke verantwoording - ben je er nog niet. Samen kunnen ze nog steeds een (verlicht) despoot legitimeren die de goedkeuring van zijn volk heeft. Een democratie moet aan nog een derde voorwaarde voldoen. Er dient een set regels en afspraken te zijn die voor iedereen geldt. Dus óók voor de machthebbers. Fukuyama: 'De heerser is niet soeverein; de wet is soeverein, en de heerser is alleen legitiem voor zover hij rechtmatig bevoegdheden aan de wet ontleent.'
Hier ligt de grootste uitdaging in het Midden-Oosten. 'Van alle elementen van moderne staten', aldus Fukuyama, 'zijn effectieve juridische instellingen misschien wel het moeilijkst te realiseren.' In deze context behandelt hij het islamitische wetssysteem, de sharia. Hoe moeten we de populariteit hiervan beoordelen? Eind vorig jaar publiceerde het Amerikaanse onderzoeksbureau PEW de resultaten publiceerde van een grootschalig onderzoek onder moslims. Maar liefst 95 procent van de Egyptenaren geeft aan dat de islam een grote rol moet spelen in de politiek.
Zie dit niet louter als een hunkering naar een Middeleeuwse islam, waarschuwt Fukuyama, 'maar veeleer als een verlangen naar een evenwichtiger bewind waarbij de politieke macht bereid zou zijn om binnen voorspelbare regels te opereren'. De daadwerkelijke vestiging van de sharia lost echter niets op. Een afname van de macht van de seculiere machthebbers leidt haast automatisch tot een machtstoename bij de religieuze leiders. Het probleem verschuift dus alleen maar. Zie de Islamitische Republiek Iran, waar de Raad van Hoeders het voor het zeggen heeft, maar de kwestie speelt ook in Egypte. Onlangs heeft de omstreden Moslimbroederschap de partij Vrijheid en Recht opgericht. Zelf zegt de partij niet theocratisch te zijn, maar menig commentator blijft argwanend. De verkiezingen zullen het leren.
Trouw, 21-06-2011 (Sebastien Valkenberg)