Barst
10th June 2011, 18:30
Wetenschappers klagen ecoracisme aan
BRUSSEL - Natuurbeheerders moeten zich niet laten leiden door de afkomst van een soort, maar door haar invloed op de omgeving. We moeten onze vooroordelen ten opzichte van invasieve soorten – ook wel ‘exoten' genoemd – laten varen, want ideologie is een slechte raadgever voor natuurbehoud. Dat zegt een groep van negentien ecologen in Nature.
De laatste decennia werden invasieve planten- en diersoorten als een bedreiging beschouwd. Ze werden verantwoordelijk gesteld voor het uitsterven van inheemse soorten en het ‘vervuilen' van natuurlijke omgevingen. Dat leidde tot vooroordelen bij natuurbeheerders, wetenschappers, regeringsleiders en het grote publiek. Een zwart-witdenken dat vandaag contraproductief werkt, volgens de ecologen.
Door de menselijke impact op de aarde, zoals de klimaatverandering, nitraatvervuiling, verstedelijking en veranderend landgebruik, moeten er andere criteria gehanteerd worden dan enkel de afkomst van een soort.
‘Wetenschappers die uitheemse soorten verwijten dat ze floreren onder voor hen gunstige omstandigheden lijken de basisprincipes van ecologie en evolutie te zijn vergeten', zeggen Matthew Chew en Julie Stromberg van Arizona State University, die meewerkten aan het artikel. ‘Bepalen of een soort ergens thuishoort, gaat verder dan enkel uitzoeken waar ze vandaan komt.'
Het is zo dat sommige door de mens geïntroduceerde soorten tot een ecologisch drama geleid hebben. Dat gebeurt vooral bij geïsoleerde ecosystemen als eilanden en meren. Voorbeelden daarvan zijn de introductie van de nijlbaars in het Afrikaanse Victoriameer en van de kat in Australië.
Maar ook inheemse soorten kunnen voor problemen zorgen, vooral in een snel veranderende omgeving. De grootste bedreiging voor Noord-Amerikaanse bomen is Dendroctonus ponderosae, een inheemse houtkever die goed gedijt door de opwarming van de aarde.
Invasief soms positief
Invasieve planten kunnen dan weer een positief effect hebben. De tamarisk werd in de negentiende eeuw vanuit Eurazië en Afrika naar de drogere streken van de Verenigde Staten gebracht. Doordat de struik goed kan overleven in bodems aangetast door droogte, zout en erosie werd hij er al snel populair. Tot hij in de jaren dertig van de vorige eeuw verantwoordelijk werd gesteld voor de waterschaarste. Kosten noch moeite werden gespaard om de struik uit te roeien.
Ondertussen is bekend dat de tamarisk niet meer water gebruikt dan zijn inheemse tegenpolen. De waterschaarste – die heel wat inheemse bomen en struiken heeft uitgeroeid – was veroorzaakt door de mens. De tamarisk is nu de favoriete nestplaats voor bedreigde vogels als de willow flycatcher. Toch blijft de Amerikaanse regering forse bedragen uitgeven om de plant uit te roeien.
De ecologen benadrukken niet tegen het weerhouden van mogelijk gevaarlijke soorten te zijn.
DS, 10-06-2011
BRUSSEL - Natuurbeheerders moeten zich niet laten leiden door de afkomst van een soort, maar door haar invloed op de omgeving. We moeten onze vooroordelen ten opzichte van invasieve soorten – ook wel ‘exoten' genoemd – laten varen, want ideologie is een slechte raadgever voor natuurbehoud. Dat zegt een groep van negentien ecologen in Nature.
De laatste decennia werden invasieve planten- en diersoorten als een bedreiging beschouwd. Ze werden verantwoordelijk gesteld voor het uitsterven van inheemse soorten en het ‘vervuilen' van natuurlijke omgevingen. Dat leidde tot vooroordelen bij natuurbeheerders, wetenschappers, regeringsleiders en het grote publiek. Een zwart-witdenken dat vandaag contraproductief werkt, volgens de ecologen.
Door de menselijke impact op de aarde, zoals de klimaatverandering, nitraatvervuiling, verstedelijking en veranderend landgebruik, moeten er andere criteria gehanteerd worden dan enkel de afkomst van een soort.
‘Wetenschappers die uitheemse soorten verwijten dat ze floreren onder voor hen gunstige omstandigheden lijken de basisprincipes van ecologie en evolutie te zijn vergeten', zeggen Matthew Chew en Julie Stromberg van Arizona State University, die meewerkten aan het artikel. ‘Bepalen of een soort ergens thuishoort, gaat verder dan enkel uitzoeken waar ze vandaan komt.'
Het is zo dat sommige door de mens geïntroduceerde soorten tot een ecologisch drama geleid hebben. Dat gebeurt vooral bij geïsoleerde ecosystemen als eilanden en meren. Voorbeelden daarvan zijn de introductie van de nijlbaars in het Afrikaanse Victoriameer en van de kat in Australië.
Maar ook inheemse soorten kunnen voor problemen zorgen, vooral in een snel veranderende omgeving. De grootste bedreiging voor Noord-Amerikaanse bomen is Dendroctonus ponderosae, een inheemse houtkever die goed gedijt door de opwarming van de aarde.
Invasief soms positief
Invasieve planten kunnen dan weer een positief effect hebben. De tamarisk werd in de negentiende eeuw vanuit Eurazië en Afrika naar de drogere streken van de Verenigde Staten gebracht. Doordat de struik goed kan overleven in bodems aangetast door droogte, zout en erosie werd hij er al snel populair. Tot hij in de jaren dertig van de vorige eeuw verantwoordelijk werd gesteld voor de waterschaarste. Kosten noch moeite werden gespaard om de struik uit te roeien.
Ondertussen is bekend dat de tamarisk niet meer water gebruikt dan zijn inheemse tegenpolen. De waterschaarste – die heel wat inheemse bomen en struiken heeft uitgeroeid – was veroorzaakt door de mens. De tamarisk is nu de favoriete nestplaats voor bedreigde vogels als de willow flycatcher. Toch blijft de Amerikaanse regering forse bedragen uitgeven om de plant uit te roeien.
De ecologen benadrukken niet tegen het weerhouden van mogelijk gevaarlijke soorten te zijn.
DS, 10-06-2011