Barst
26th April 2011, 16:47
De schuld van de overheid
De 28-jarige vader in spe David Leyssens woont in de driehoek Brussel-Anderlecht-Molenbeek, een buurt die onder meer bekend staat voor de illegale autohandel die er welig tiert. Niet onmiddellijk een wijk met veel ruimte voor spelende kinderen. Maar in de dichtbevolkte buurt wonen wel heel veel kinderen. Dus trommelde David Leyssens een aantal buurtbewoners op om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ze toverden een braakliggend terrein om tot een speelplein. De voorschriften van de overheid, die zelf niks ondernam, beletten de groep echter om het plein nog verder in te richten.
De media-aandacht die het initiatief kreeg, bewijst hoe uitzonderlijk zo'n spontane actie door burgers geworden is. De meesten van ons zouden in zo'n buurt langs het braakliggend terrein wandelen en sakkeren dat de overheid er eindelijk wel eens iets aan zou mogen doen. Ons gevoel voor gemeenschap is immers voor een groot deel afgebrokkeld tot een gevoel voor gemeenschappelijke belangen met andere individuen. De behartiger van die belangen is de overheid, die er als enige de verantwoordelijkheid voor moet opnemen.
De staat treedt zo in de plaats van de gemeenschap die ze gaandeweg fnuikt door haar te onderwerpen aan het immer groeiende labyrint van regels dat nodig is om de relaties tussen alle individuen in goede banen te proberen leiden. Gevolg daarvan is een groeiende apathie voor de eigen verantwoordelijkheid. Een extreem voorbeeld is de Engelsman Paul Masson, tot voor kort dikste mens ter wereld. De Britse gezondheidszorg financierde een verbouwing van zijn woning, een speciale rolstoel om zich te kunnen verplaatsen en ten slotte een operatie waardoor hij van 440 kg terugviel tot 234 kg. Masson vond er echter niets beters op dan Britse overheid vervolgens voor de rechter te slepen. Want ook al had hij zelf de gewoonte ontwikkeld om dagelijks een slordige 20.000 calorieën naar binnen te werken, het was volgens hem toch de verantwoordelijkheid van de overheid om op te treden tegen zijn vraatzucht. Door dat niet tijdig te doen, achtte hij de staat verantwoordelijk voor al zijn fysieke en emotionele problemen.
Precies voor deze mentaliteit leest het 176 jaar oude De la Démocratie en Amérique door Alexis de Tocqueville als een profetische waarschuwing: afgestompt door het zachte despotisme van hoedende overheid, dreigt de gemeenschap te degraderen tot een kudde schapen die de illusie van vrijheid zonder verantwoordelijkheid gaat koesteren als het hoogste goed.
In zijn bijdrage in deze krant over het beroemde werk van de Tocqueville - of gaat het stuk over zijn eigen politieke overtuiging? - heeft Marc Hooghe (DS 23-25 april) echter iets helemaal anders begrepen. Het is een sterk nummer om op basis van de Tocqueville precies die mensen te bashen die zich vandaag nog sterk door hem geïnspireerd weten. Niemand van hen beweert dat er geen overheid nodig zou zijn. Dat zou alleen kunnen als de mensen engelen waren, zoals James Madison het zei. Evenmin betwist er iemand dat we bij het democratisch vorm geven aan die overheid compromissen moeten maken om samen het algemeen belang te dienen. Maar een overheid die rechtstreeks mensen bestuurt, moet wel gegrondvest zijn op een democratische gemeenschap die deze mensen samen uitmaken. In België is dat al lang niet meer het geval. De grote problemen rond de betaalbaarheid van onze pensioenen en onze overheidsschuld worden veroorzaakt noch veronachtzaamd omwille van het zogezegd 'politiek extremisme'.
Hooghe valt voor de zoveelste keer uit zijn rol als academicus door deze verwisseling van kwaal en symptoom. De politieke blokkering die dit land al jaren beleeft, is precies ingegeven door de bittere vaststelling dat ons zeer welvarend land zo ondoeltreffend bestuurd wordt dat het zo'n enorme financiële problemen heeft. Wie meent dat de mentaliteit van Paul Masson daar voor veel tussen zit, maar dat het Belgische feit belet om daar tijdig of ingrijpend tegen in te gaan, is vandaag inderdaad vastbesloten dat er een grondige ommekeer moet komen. Niemand hoeft het eens te zijn met die gedachtegang, maar ze is alleszins geïnspireerd door grote bezorgdheid om het algemeen belang. Hooghe sluit zich met zijn bijdrage aan bij de groeiende club weldenkenden die veel liever op de pianist schieten. Ze doen denken aan de Franse volksvertegenwoordigers die de Tocqueville weghoonden toen die in december 1847 wees op een nakende revolutie. Twee maanden later stond Parijs vol barricaden.
Bart De Wever is voorzitter van de N-VA
DS, 26-04-2011
De 28-jarige vader in spe David Leyssens woont in de driehoek Brussel-Anderlecht-Molenbeek, een buurt die onder meer bekend staat voor de illegale autohandel die er welig tiert. Niet onmiddellijk een wijk met veel ruimte voor spelende kinderen. Maar in de dichtbevolkte buurt wonen wel heel veel kinderen. Dus trommelde David Leyssens een aantal buurtbewoners op om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ze toverden een braakliggend terrein om tot een speelplein. De voorschriften van de overheid, die zelf niks ondernam, beletten de groep echter om het plein nog verder in te richten.
De media-aandacht die het initiatief kreeg, bewijst hoe uitzonderlijk zo'n spontane actie door burgers geworden is. De meesten van ons zouden in zo'n buurt langs het braakliggend terrein wandelen en sakkeren dat de overheid er eindelijk wel eens iets aan zou mogen doen. Ons gevoel voor gemeenschap is immers voor een groot deel afgebrokkeld tot een gevoel voor gemeenschappelijke belangen met andere individuen. De behartiger van die belangen is de overheid, die er als enige de verantwoordelijkheid voor moet opnemen.
De staat treedt zo in de plaats van de gemeenschap die ze gaandeweg fnuikt door haar te onderwerpen aan het immer groeiende labyrint van regels dat nodig is om de relaties tussen alle individuen in goede banen te proberen leiden. Gevolg daarvan is een groeiende apathie voor de eigen verantwoordelijkheid. Een extreem voorbeeld is de Engelsman Paul Masson, tot voor kort dikste mens ter wereld. De Britse gezondheidszorg financierde een verbouwing van zijn woning, een speciale rolstoel om zich te kunnen verplaatsen en ten slotte een operatie waardoor hij van 440 kg terugviel tot 234 kg. Masson vond er echter niets beters op dan Britse overheid vervolgens voor de rechter te slepen. Want ook al had hij zelf de gewoonte ontwikkeld om dagelijks een slordige 20.000 calorieën naar binnen te werken, het was volgens hem toch de verantwoordelijkheid van de overheid om op te treden tegen zijn vraatzucht. Door dat niet tijdig te doen, achtte hij de staat verantwoordelijk voor al zijn fysieke en emotionele problemen.
Precies voor deze mentaliteit leest het 176 jaar oude De la Démocratie en Amérique door Alexis de Tocqueville als een profetische waarschuwing: afgestompt door het zachte despotisme van hoedende overheid, dreigt de gemeenschap te degraderen tot een kudde schapen die de illusie van vrijheid zonder verantwoordelijkheid gaat koesteren als het hoogste goed.
In zijn bijdrage in deze krant over het beroemde werk van de Tocqueville - of gaat het stuk over zijn eigen politieke overtuiging? - heeft Marc Hooghe (DS 23-25 april) echter iets helemaal anders begrepen. Het is een sterk nummer om op basis van de Tocqueville precies die mensen te bashen die zich vandaag nog sterk door hem geïnspireerd weten. Niemand van hen beweert dat er geen overheid nodig zou zijn. Dat zou alleen kunnen als de mensen engelen waren, zoals James Madison het zei. Evenmin betwist er iemand dat we bij het democratisch vorm geven aan die overheid compromissen moeten maken om samen het algemeen belang te dienen. Maar een overheid die rechtstreeks mensen bestuurt, moet wel gegrondvest zijn op een democratische gemeenschap die deze mensen samen uitmaken. In België is dat al lang niet meer het geval. De grote problemen rond de betaalbaarheid van onze pensioenen en onze overheidsschuld worden veroorzaakt noch veronachtzaamd omwille van het zogezegd 'politiek extremisme'.
Hooghe valt voor de zoveelste keer uit zijn rol als academicus door deze verwisseling van kwaal en symptoom. De politieke blokkering die dit land al jaren beleeft, is precies ingegeven door de bittere vaststelling dat ons zeer welvarend land zo ondoeltreffend bestuurd wordt dat het zo'n enorme financiële problemen heeft. Wie meent dat de mentaliteit van Paul Masson daar voor veel tussen zit, maar dat het Belgische feit belet om daar tijdig of ingrijpend tegen in te gaan, is vandaag inderdaad vastbesloten dat er een grondige ommekeer moet komen. Niemand hoeft het eens te zijn met die gedachtegang, maar ze is alleszins geïnspireerd door grote bezorgdheid om het algemeen belang. Hooghe sluit zich met zijn bijdrage aan bij de groeiende club weldenkenden die veel liever op de pianist schieten. Ze doen denken aan de Franse volksvertegenwoordigers die de Tocqueville weghoonden toen die in december 1847 wees op een nakende revolutie. Twee maanden later stond Parijs vol barricaden.
Bart De Wever is voorzitter van de N-VA
DS, 26-04-2011