PDA

Bekijk de volledige versie : Opeens zijn de mensen niet bang meer


Barst
12th February 2011, 15:08
Opeens zijn de mensen niet bang meer

Slavoj Zizek


Het 'miraculeuze' karakter van de gebeurtenissen in Egypte valt niet te ontkennen: hier is iets gebeurd dat weinig mensen hadden voorspeld, dat de opinies van de kenners logenstrafte, alsof de opstand niet zomaar het gevolg van sociale oorzaken was maar de ingreep van een mysterieuze macht die we op een platonische manier de eeuwige idee van vrijheid, rechtvaardigheid en waardigheid zouden kunnen noemen.


De opstand was universeel. Iedereen, overal ter wereld, kon er zich onmiddellijk mee identificeren en zag waar het om ging, zonder behoefte aan culturele analyses van de kenmerken van de Egyptische maatschappij.

Anders dan bij de revolutie van Khomeini in Iran (waar links zijn boodschap in een overwegend islamistisch kader moest binnensmokkelen) is het kader hier duidelijk een universele, seculiere roep om vrijheid en rechtvaardigheid, zodat de Moslimbroederschap de taal van de seculiere eisen moest overnemen.

Het mooiste ogenblik brak aan toen moslims en koptische christenen op het Tahrir-plein in Caïro samen baden en 'Wij zijn één' scandeerden, het beste antwoord op sektarisch religieus geweld. De neoconservatieven die in naam van de universele waarden van vrijheid en democratie kritiek uitoefenen op het multiculturalisme, kennen nu hun eigen uur van de waarheid: wil je universele vrijheid en democratie? Dat is precies wat de mensen in Egypte eisen, waarom zijn de neoconservatieven dan zo zenuwachtig? Omdat de betogers in Egypte vrijheid en waardigheid in één adem noemen met sociale en economische rechtvaardigheid?

Het geweld van de betogers is van bij het begin zuiver symbolisch geweest, een daad van radicale en collectieve burgerlijke ongehoorzaamheid. Ze hebben het gezag van de staat geschorst - het was niet alleen een innerlijke bevrijding maar ook een sociale daad, het verbreken van de ketenen van de slavernij. Het fysieke geweld kwam van het tuig van Moebarak dat op paarden en kamelen het Tahrir-plein bestormde en mensen afranselde; het geweld van de betogers beperkte zich tot zelfverdediging.

De boodschap van de betogers was strijdvaardig, maar niet moorddadig. Ze eisten dat Moebarak opstapte en plaats maakte voor vrijheid in Egypte, een vrijheid waarvan niemand uitgesloten is - de oproep van de betogers tot de militairen en zelfs de gehate politie was niet 'Dood aan jullie!', maar 'Wij zijn broeders! Doe met ons mee!' Dat is het verschil tussen een emanciperende en een rechtse populistische demonstratie: als rechts mobiliseert, beroept het zich op de organische eenheid van het volk, maar die eenheid wordt gedragen door de oproep om een gemeenschappelijke vijand (de Joden, de verraders) uit te roeien.

Wanneer een autoritair regime zijn laatste crisis nadert, verloopt de ontbinding meestal in twee stappen. De eigenlijke instorting wordt voorafgegaan door een breuk: opeens weten de mensen dat het voorbij is. Ze zijn gewoon niet bang meer. Het bewind verliest niet alleen zijn legitimiteit: wanneer het zijn macht probeert uit te oefenen, wordt dat als een machteloze paniekreactie ervaren. We kennen allemaal de klassieke scène uit de tekenfilms: de kat bereikt de rand van het ravijn maar blijft rennen, zonder te merken dat de vaste grond verdwenen is. Ze begint pas te vallen wanneer ze naar omlaag kijkt en de kloof ziet. Een regime dat zijn gezag verliest, is als de kat boven het ravijn: doe het naar omlaag kijken en het stort de diepte in.

In De sjah aller sjahs, zijn klassieke verslag over de revolutie van Khomeini, kon Ryszard Kapuscinski het breekpunt heel nauwkeurig aanwijzen: op een kruispunt in Teheran weigerde één enkele betoger om te gehoorzamen toen een politieman schreeuwde dat hij moest opkrassen. De agent stond met de mond vol tanden en koos zelf het hazenpad. Enkele uren later had heel Teheran over het incident gehoord en hoewel de straatgevechten nog weken zouden duren, wist iedereen dat het spel uit was.

Was er in Egypte iets vergelijkbaars aan de hand? De eerste dagen leek Moebarak zich al in de situatie van de spreekwoordelijke kat te bevinden. Toen zagen we een goed geplande operatie om de revolutie te kidnappen. De obsceniteit ervan was adembenemend: de nieuwe vicepresident, Omar Suleiman, die als hoofd van de geheime politie verantwoordelijk was geweest voor folteringen op massale schaal, diende zich aan als het 'menselijke gezicht' van het bewind, de man die de overgang naar de democratie in goede banen zou leiden.

De uitputtingsslag in Egypte was geen conflict van visies, maar een conflict tussen een vrijheidsvisie en een botte weigering om de macht af te staan, die alle mogelijke middelen gebruikte om de vrijheidswil te breken: terreur, voedselschaarste, omkoping met loonsverhogingen.

Toen president Obama de opstand verwelkomde als een legitieme meningsuiting die door de regering erkend moest worden, was de verwarring totaal. De massa's in Caïro en Alexandrië wilden immers helemaal niet dat het bewind hun eisen zou erkennen, zij ontkenden heel de legitimiteit van dat bewind. Zij wilden geen dialoog met het regime van Moebarak, zij wilden dat Moebarak opstapte. Zij wilden niet zomaar een nieuwe regering die naar hun stem zou luisteren, zij wilden heel de staat hervormen.

Zij hadden geen mening. Zij waren de waarheid van de toestand in Egypte.

Moebarak begreep dat veel beter dan Obama: er was geen ruimte voor compromis, net zoals die er niet was toen op het einde van de jaren 1980 de communistische regimes werden uitgedaagd. Ofwel stortte heel de machtsconstructie van Moebarak in, ofwel werd de opstand overgenomen en verraden.

En wat met de angst dat een nieuw bewind, na de val van Moebarak, Israël vijandig gezind zou zijn? Als de nieuwe regering echt de uitdrukking is van een volk dat trots van zijn vrijheid geniet, dan hebben we niets te vrezen: antisemitisme kan alleen in een klimaat van wanhoop en onderdrukking groeien. (Uit een verslag van CNN uit een Egyptische provincie bleek dat de regering geruchten verspreidde dat de organisatoren van de protesten en de buitenlandse journalisten door de Joden waren gestuurd om Egypte te ondermijnen - tot daar Moebarak als vriend van de Joden.)

Een van de meest ironische aspecten van de situatie was het aandringen van het Westen op een 'wettige' overgang - alsof Egypte tot nu toe wetten heeft gekend. Zijn we al vergeten dat in Egypte al vele jaren lang de noodtoestand heerste? Moebarak heeft de rechtsstaat opgeschort, heel het land in een staat van politieke immobiliteit gehouden en elk authentiek politiek leven onderdrukt. Het is logisch dat zoveel mensen in de straten van Caïro zeggen dat ze zich voor het eerst in hun leven voelen leven. Wat er ook zal gebeuren, het is van cruciaal belang dat hun 'gevoel van leven' niet door een cynische realpolitik wordt begraven.

Slavoj Zizek is socioloog en cultuurfilosoof.


© The Guardian, DS,12-02-2011