PDA

Bekijk de volledige versie : Hoe stop je het water?


Barst
17th November 2010, 17:50
Hoe stop je het water?


De Vlaamse winters worden natter en de natuurlijke overstromingsgebieden worden volgebouwd alsof wateroverlast niet bestaat. Een kind begrijpt dat dit fout loopt, vier geografen leggen uit hoe het wel moet.


Eén weekend hevige regen en grote delen van Vlaanderen staan opnieuw onder water. Verschillende oorzaken en oplossingen worden geopperd, zelfs de klimaatverandering passeerde de revue als oorzaak. Maar wat is daarvan aan? Waar ligt nu juist de oorzaak van de wateroverlast en wat kunnen we doen om ze te vermijden?


De ergste ooit

Bij elke grote overstroming waarmee we worden geconfronteerd horen we steevast dat het 'de ergste ooit' is. Dat was deze keer niet anders. Deels is dat correct: niet elke plaats in Vlaanderen wordt elk jaar in die mate overspoeld, gelukkig maar. Maar overstromingen zijn wel van alle tijden. Historische documenten rapporteren al grote overstromingen vanaf de middeleeuwen. En sinds de tiende eeuw tracht men om rivieren in toom te houden door de aanleg van dijken. Een blik op de achttiende-eeuwse Ferrariskaarten leert ons dat quasi elk valleigebied in Vlaanderen als 'broek' kan bestempeld worden - een laag gelegen drassig gebied dat regelmatig onder water staat. Vlaanderen bestaat voor een vijfde uit dergelijke natuurlijke overstromingsgebieden. Middeleeuwse dorpen vind je doorgaans iets hoger, op de rand van deze valleien zodat ze weinig schade ondervonden bij overstromingen. Overstromingen zijn dus niets nieuws: de mate waarin zij ingrijpen op onze samenleving is dat wel.


Oorzaken

Overstromingen komen voor als er teveel water op korte tijd valt. Maar niet alle zware neerslagbuien leiden tot een overstroming met schadelijke gevolgen. De neerslag van vrijdag 12 tot zondag 14 november was niet heel uitzonderlijk - ook niet in de herfst - en komt eens in de 5 tot 25 jaar voor. Maar omdat de bodem door voorafgaande neerslag al erg nat was kon een groot deel van het water niet meer in de bodem dringen en stroomde het rechtstreeks naar beneden. Daar kwam nog bij dat heel wat akkers er momenteel onbedekt bijliggen waardoor ze weinig water vasthielden. De timing was dus slecht: wanneer we evenveel regen zouden krijgen na een droge periode in augustus, zou dit hoogstens lokaal tot zware overlast leiden. Maar een overstroming zal maar aanleiding geven tot schade als die toevloed van water ook effectief bebouwing op haar weg tegenkomt. Tussen 1976 en nu is de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen toegenomen van 6 naar 20 procent. Een permissief ruimtelijk ordeningbeleid heeft echter ertoe geleid dat de natuurlijke overstromingsgebieden tegen dezelfde snelheid zijn volgebouwd als de rest van Vlaanderen: ongeveer 20 procent van de natuurlijke overstromingsgebieden is momenteel ingenomen door woonwijken, kmo-zones en wegeninfrastructuur waardoor de gevoeligheid voor overstromingen sterk is toegenomen.


Oplossingen

In tegenstelling tot voorgaande periodes van wateroverlast is er alvast één lichtpunt: de VMM heeft meer dan 24 uur op voorhand een waarschuwing rondgestuurd. Het bestaan van een 'overstromingsvoorspeller' - overigens vrij uniek in de wereld - mag dan wel een realistischere voorspelling van wateroverlast toelaten, het verhindert ze absoluut niet. Hiervoor is een waterbeleid nodig dat op het niveau van een volledig stroomgebied geïmplementeerd wordt. In de eerste plaats moet dit erop gericht zijn dat er zo min mogelijk water op een snelle manier afstroomt van de hellingen. Modelsimulaties leren ons dat de kans op grote debieten tot 1.000 maal lager is onder natuurlijk bos dan onder de huidige bedekking. Maar terugkeren naar deze natuurlijke toestand en heel Vlaanderen herbebossen is natuurlijk geen realistisch alternatief. Wel kan ervoor gezorgd worden dat akkers zodanig worden bewerkt dat er minder water afstroomt. Niet-kerende grondbewerking (waarbij de bodem niet wordt omgeploegd voor het inzaaien), gecombineerd met het gebruik van groenbedekkers, is één van dergelijke methodes. Veldexperimenten tonen aan dat de waterafvoer op die manier met 25 tot 30 procent kan verminderd worden. Ook in bebouwde zones zijn (beperkte) maatregelen mogelijk, door bijvoorbeeld particulieren en bedrijven te verplichten water te bufferen en oordeelkundig gebruik te maken van verharding in stedelijke gebieden.

Vervolgens moeten de natuurlijke overstromingsgebieden zoveel mogelijk hun natuurlijke functie terugkrijgen, met name het bufferen van het afstromende water. De laatste decennia zijn tal van gecontroleerde overstromingsgebieden aangelegd. Deze bewijzen zeer duidelijk hun nut. Zo zijn er langs Demer en Dijle - met veel grote gecontroleerde overstromingsgebieden - ditmaal weinig problemen geweest.

Het creëren van deze gecontroleerde overstromingsgebieden vergt wel ruimte, en net dat is in Vlaanderen niet evident. De ongebreidelde uitbreiding van woon- en industriegebieden in van oudsher overstroombare valleigebieden is dus de kern van het probleem. Zelfs na de invoering van de adviserende watertoets blijft het mogelijk dat er bebouwing bijkomt in de natuurlijke overstromingsgebieden. Daardoor wordt het nog moeilijker om de echt kritische gebieden te beschermen: meer water moet geborgen worden op een kleinere oppervlakte. Een dergelijk beleid vereist politieke moed: risicozones moeten ruim afgebakend worden en het verschuiven van bepaalde bevoegdheden rond ruimtelijke ordening naar lagere bestuursniveaus ('dicht bij de mensen') kan enkel als er op een hoger niveau een bindend en restrictief beleid wordt uitgetekend dat de belangen van het geheel garandeert. Zoniet zullen de kosten voor overstromingsbescherming in Vlaanderen nog verder oplopen en zullen we blijven vaststellen dat de genomen maatregelen vaak onvoldoende zijn.


Toekomst

Overstromingen zijn niet nieuw, maar een wijzigend klimaat brengt bijkomende risico's met zich mee. De meest waarschijnlijke klimaatscenario's voorspellen dat Vlaanderen drogere zomers en nattere winterperiodes tegemoet gaat. Nattere winters vergroten de kans op waterverzadigde bodems en dus ook op hoge afvoeren in de rivieren bij een regenrijke periode. Voor de Maas wordt bijvoorbeeld een toename van de piekafvoeren met ongeveer 10 procent voorspeld. De voorziene stijging van de zeespiegel in de volgende eeuw (circa 70 centimeter) zal er bovendien voor zorgen dat het in de laagste delen van Vlaanderen nog moeilijker zal worden om het water af te voeren. Het risico op rampzalige overstromingen zal dan ook toenemen. De mate waarin die overstromingen onze samenleving raken hebben we tenminste gedeeltelijk zelf in de hand: hoe meer we Vlaanderen volbouwen, hoe minder mogelijkheden we zullen hebben om die toenemende risico's flexibel en met redelijke investeringen op te vangen.

Gert Verstraeten, Gerard Govers, Jean Poesen en Anton Van Rompaey, geografen aan het departement Aard- en Omgevingswetenschappen, KU Leuven


DS, 17-11-2010