PDA

Bekijk de volledige versie : De mazen van het Belgische migratienet


Barst
24th October 2010, 17:51
De mazen van het Belgische net


West-Europa kreunt onder de druk van migranten en dat doet verschillende lidstaten rare bokkensprongen maken. In Frankrijk worden Roma hardhandig het land uitgezet. In Nederland is illegaliteit voortaan strafbaar. En in Duitsland noemt bondskanselier Angela Merkel het multiculti-model 'totaal mislukt'. Ook in ons land blijven de migranten toestromen en laait het debat straks ongetwijfeld weer op. Hoe kunnen achterpoortjes voor misbruik worden gesloten?



1. GEZINSHERENIGING


Wat is het?

De grootste migratiestroom naar België gebeurt via gezinshereniging: vreemdelingen met een verblijfsvergunning kunnen hun familie (partner, kinderen, ouders, grootouders ...) naar ons land laten overkomen. Exacte cijfers daarover bestaan niet, al wordt ervan uitgegaan dat het om minstens 15.000 personen per jaar gaat.

De Marokkaanse gemeenschap in het land doet het vaakst aan gezinshereniging. De 'Belgiëroute' is een specifieke vorm waarvan Nederlanders profiteren. Omdat zij in eigen land door de strenge regels er vaak niet in slagen hun buitenlandse partner te laten overkomen, 'vluchten' ze naar ons land, waar de regels soepeler zijn.

Hans De Haan (65) is Nederlander en kwam zich enkele jaren geleden zo met zijn Cambodjaanse vrouw in ons land vestigen. 'Ik werkte in Singapore toen ik er mijn vrouw leerde kennen. We trouwden in Cambodja. Ik haalde haar naar Nederland met een toeristenvisum. Maar toen dat verliep, bleek het onmogelijk om voor haar een verblijfsvergunning te krijgen', zegt hij.

'De reden was dat mijn vrouw geen Nederlands sprak en dus niet welkom was. Ze zou eerst in haar eigen land een integratietoets moeten afleggen. Toen hoorde ik van de Belgiëroute.'

De Haan huurde een huisje in Kalmthout, net over de grens, en haalde zijn vrouw, die twee jaar illegaal in Nederland verbleef, naar België. 'Na één maand kregen we beiden een vergunning voor vijf jaar, zonder een taaltoets af te leggen. Dat kostte ons elk slechts 1,5 euro, terwijl alleen een verblijfsaanvraag in Nederland al 850 euro kost.'

'Mijn vrouw zorgt thuis voor ons zoontje. Af en toe is ze gemachtigd opzichter voor het schooltje in de buurt. Een uitkering heeft ze niet. Dat hoeven we ook niet. Van mij mag de Belgiëroute gerust strenger worden gecontroleerd. Wie ervan gebruik maakt om hier van een uitkering te genieten, misbruikt het systeem. Maar waarom zouden wij niet bij elkaar mogen wonen? Ik kan voor haar zorgen. Ondertussen leerde mijn vrouw ook Nederlands. Ik walg van Nederland. Ik keer er nooit meer terug.'

(telefonische getuigenis)


Wat zijn de zwakke plekken?

Hans De Haan is maar een van de duizenden Nederlanders die de voorbije jaren van de 'Belgiëroute' gebruik hebben gemaakt. Misbruik gemaakt, noemen velen het. Nederlanders doen het om de eigen regels voor gezinshereniging te omzeilen. Die zijn heel streng. Het grootste struikelblok is de taal- of integratietoets. Wie naar Nederland wil komen, moet op het consulaat in eigen land eerst zo'n toets afleggen. Wie niet slaagt, mag het land gewoon niet binnen. België heeft niet zo'n test.

Cijfers tonen aan dat de Belgiëroute populair is. In Antwerpen, bijvoorbeeld, een geliefde haven voor onze noorderburen, hebben zich in enkele jaren tijd dubbel zoveel Nederlanders gevestigd. En ze komen niet alleen omdat de huizen hier goedkoper zijn. De sterke stijging begon rond 2005, toen de toenmalige Nederlandse minister Rita Verdonk besloot om de regels voor gezinshereniging te verstrengen en de integratietoets in te voeren. 'De Belgiëroute is vooral een Antwerps probleem', bevestigt Ann Neels van het OCMW Antwerpen.

Kan ons land de Belgiëroute niet sluiten door de regels even streng te maken als in Nederland? Dat is moeilijk. De Nederlandse uittocht ligt niet zozeer aan de soepelere Belgische wetgeving.

Een Nederlander die in België komt wonen, wordt niet als Nederlander of als Belg behandeld, maar als EU-burger. En de Europese regels voor gezinshereniging zijn soepeler dan de nationale regels. Zo hoeft een EU-burger minder te verdienen om te bewijzen dat hij een familielid ten laste kan nemen. De gezinshereniger hoeft geen 21 jaar, maar slechts 18 jaar te zijn. De EU legt ook geen taaltoets op.

'Door onze regels even streng te maken als in Nederland, dreigen we alleen nieuwe routes te openen waarbij Belgen op hun beurt naar het buitenland vluchten om zich op de Europese wetgeving te beroepen', zegt Nahima Lanjri (CD&V). 'Als we de Belgiëroute willen sluiten, moeten we dat op Europees niveau aanpakken.'

Toch gaan in ons land al langer stemmen op om de regels voor gezinshereniging strenger te maken. Daarbij wordt vooral gekeken naar de allochtone gemeenschap.

'Marokkanen en Turken zijn de grootste gezinsherenigers', zegt Lanjri. 'De kiem daarvoor ligt in de bilaterale akkoorden uit de jaren zestig met landen als Marokko en Turkije. Dat garandeerde een soepele gezinshereniging voor de arbeidsmigranten. Dat was toen een goede regeling. Maar vijftig jaar later stellen we vast dat Marokkaanse jongeren daar nog altijd gebruik van maken om hun ouders, grootouders en schoonouders te laten overkomen, zonder dat wij daar veel tegen kunnen inbrengen.'

'Reden is dat de bilaterale akkoorden boven onze wetten staan', zegt Lanjri. 'Zo hoeft een Marokkaanse gezinshereniger slechts 18 jaar te zijn, terwijl we aan andere vreemdelingen opleggen dat ze minstens 21 jaar moeten zijn.' Omdat gezinshereniging bij Marokkanen vaak het resultaat is van gearrangeerde huwelijken, leidt dat dikwijls tot problemen. Jonge moslimstellen scheiden vaak, waardoor ze - samen met hun ouders of grootouders - op de stoep van het OCMW eindigen.

'Eigenlijk zouden de bilaterale akkoorden dringend moeten worden herzien', besluit Lanjri. 'Maar politiek gezien is dat zo goed als onhaalbaar.'


Hoe moet het verder?

België werkte aan strengere regels voor gezinshereniging, tot de regering viel. In de nieuwe wet zou een inkomensvereiste worden toegevoegd. Een niet-EU-onderdaan die familie wil laten overkomen, zou over het bestaansminimum (geen leefloon) moeten beschikken, vermeerderd met één persoon ten laste (ongeveer 930 euro). Maar is dat voldoende?

Lanjri wil ook een integratievereiste, maar vindt niet dat we, zoals Nederland, een voorafgaande taaltoets moeten invoeren: 'Dan straffen we de mensen die in eigen land geen goed onderwijs hebben. Hoe gaan ze daar Nederlands leren?'



2. VALSE ARBEIDSMIGRATIE


Wat is het?

Migranten uit EU-landen (zoals Roemenië en Bulgarije) kopen een vals arbeidscontract van een spookfirma of laten zich tegen betaling inschrijven als vennoot van een bestaande firma, zoals een nachtwinkel die door twintig personen wordt uitgebaat. Dat geeft hun het recht om hier te verblijven en betekent dat ze ook kunnen terugvallen op de sociale zekerheid.

In Pernik, een stad op dertig kilometer van de Bulgaarse hoofdstad Sofia, komt een man aan die al eerder naar België is gevlucht. Hij ronselt in opdracht van de kopstukken van Turks-Belgische spookfirma's vrienden en kennissen. 'In België krijg je geld en mag je familie overkomen.' Hoewel de Bulgaarse werkloosheid de laatste jaren sterk is gedaald, klinkt het velen als muziek in de oren. De crisis laat zich voelen.

Met busjes rijden ze naar Gent. Daar aangekomen leggen ze in een achterafzaaltje het geld op tafel voor een contract als verhuizer, slachter, drukker, bouwvakker... Voor Roemenen en Bulgaren, inwoners van de jongste EU-lidstaten, geldt nog tot 2012 de beperking dat ze moeten werken in een knelpuntberoep. Een bewijs van inschrijving in het handelsregister kunnen ze ook aankopen: dat toont aan dat ze zelfstandig zijn.

Aan het loket Vreemdelingen van de stad Gent vormt zich de dag erop een lange rij, waarin een Bulgaars dialect wordt gesproken. Het is aanschuiven voor de 'vreemdelingenkaart E'. Iedereen krijgt er een. Omdat ze werken, mogen ze hier wonen. Als dat in orde is, verkopen ze hun aandelen of krijgen ze hun ontslag. De Turkse kopstukken van de fraudecarrousels begeleiden de Bulgaren daarop naar het OCMW. Ze schrijven zich in als loontrekkende en krijgen als alleenstaande een leefloon van 740 euro. Daarvan geven ze een deel aan hun Turkse broodheren.

Een deel van de vluchtelingen wordt gerecupereerd door koppelbazen, die de Bulgaren inschakelen in de grijze economie. Als verdeler van reclameblaadjes, carwashbediende, trucker... Ze raken verwikkeld in mensenhandel.

(reconstructie van Gentse arbeidszwendel, volgens OCMW Gent en sociale inspectie)


Wat zijn de zwakke plekken?

Er zit een gat tussen de wet die het verblijfsrecht regelt en de OCMW-wetgeving. De stadsdiensten die de verblijfsvergunningen afleveren, hebben ook niet de mankracht om na te gaan of de contracten wel kloppen. De Belgische sociale zekerheid oogt ook bijzonder aantrekkelijk voor inwoners van de arme EU-lidstaten.

'Ons sociale systeem is gebaseerd op een land dat op zichzelf is gericht', klinkt het op het kabinet van de Gentse schepen van Welzijn, Guy Reynebeau (SP.A). 'Het hangt volledig af van wederkerigheid en solidariteit.' Maar die ingesteldheid botst met de open grenzen van het eengemaakte Europa.

In de praktijk komt het erop neer dat de dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de Kruispuntbank Sociale Zekerheid niet rechtstreeks kan inkijken. De dienst die een verblijfsrecht kan intrekken omdat een migrant een leefloon krijgt, heeft dus niet eens de mogelijkheid om dat zelf te controleren. Hun computers zijn niet aangepast en ze hebben geen privacyambtenaar die zegt wat wel mag en wat niet mag. Het handvol DVZ-ambtenaren dat de controles uitvoert, moet zijn lijstjes doormailen naar de kruispuntbank.

De OCMW's zitten bij deze problematiek gewrongen met hun beroepsgeheim. Zij mogen niemand tippen over individuen die frauderen. 'Wij rekenen vooral op de arbeidsauditeur', legt Geert Versnick (Open VLD), de OCMW-voorzitter van Gent, uit. 'Hem signaleren we welke firma's en constructies bij ons een knipperlicht doen branden.'

De problematiek blijft ook niet beperkt tot Gent. Het Brusselse arbeidsauditoraat is op dit moment bezig met de afronding van een grootschalig dossier waarin Turkse koppelbazen landgenoten contracten en ontslagbrieven verkochten.

Het Antwerpse OCMW heeft al langer te kampen met de fraude en heeft zijn beleid in de mate van het mogelijke ook aangepast. Daar ligt de problematiek ook iets anders. 'Bij ons zijn het vooral Noord-Afrikanen die op die manier aan een uitkering proberen te komen', zegt Bart Convents van het OCMW. 'Wij noemen dat de Spanje-route: tien jaar geleden maakten de Noord-Afrikanen de oversteek van Marokko naar Spanje. Omdat ze ingezetene van de EU zijn, kunnen ze naar hier komen. Als ze twee dagen of hoogstens twee maanden hier hebben gewerkt, vragen ze een uitkering.'

Antwerpen voert een meer doorgedreven sociaal onderzoek bij wie een leefloon aanvraagt. Er wordt strikter nagegaan of iemand werk zoekt en Nederlandse lessen volgt. Doet hij dat niet, dan kent het OCMW de uitkering niet toe. Maar niets weerhoudt de migrant ervan om die opnieuw aan te vragen.


Hoe moet het verder?

De volgens de wet aparte werelden van de migratie en van de sociale zekerheid moeten op elkaar worden afgestemd. 'Mijn diensten signaleren dat een striktere toepassing van de EU-regelgeving al een stap vooruit is', zegt de Gentse OCMW-voorzitter Versnick. 'België is daarin soepel.'

De verschillen met buurlanden zijn inderdaad groot. In Nederland controleert de Immigratie- en Naturalisatiedienst elke aanvraag tot verblijf. Roemenen en Bulgaren moeten er ook een tewerkstellingsvergunning aanvragen. De dienst waar ze daarmee terecht kunnen, gaat in het handelsregister na of de arbeidscontracten wettelijk zijn. Een frauduleuze verblijfsaanvraag is daar nauwelijks mogelijk, gewoon door controle.

De combinatie van een verblijfsvergunning en een uitkering is daar ook veel minder toegelaten: migranten moeten een jaar hebben gewerkt om recht te hebben op geld van de staat.

Duitsland verbiedt dat migranten alleen daar neerstrijken om een beroep te doen op de sociale zekerheid. In de Franse wetgeving staat dat EU-onderdanen geen recht hebben op een uitkering.



3. DE ASIELPOORT


Wat is het?

Iedereen die uit een oorlogsgebied komt of in eigen land vreest te worden vervolgd vanwege ras, nationaliteit of politieke overtuiging, kan in België een asielaanvraag indienen om uiteindelijk als vluchteling te worden erkend. Eind 2009 behandelde het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) 17.000 dossiers. Tegen eind dit jaar zullen dat er meer dan 20.000 zijn.

Ali, 30 jaar, vraagt op 14 april 2009 asiel in België. Hij zegt dat hij Koerd is en uit Suleymania, in Noord-Irak, komt.

Nadat hij problemen kreeg met de Islamic Movement in Kurdistan verliet hij zijn land voor het eerst in 1999 om asiel aan te vragen in het Verenigd Koninkrijk. Vijf jaar later keerde hij vrijwillig naar Irak terug om snel weer het land te verlaten en deze keer zijn heil te zoeken in Zweden. Maar al in 206 keerde hij opnieuw terug. Twee jaar later meldt hij zich als informant aan bij de Amerikanen in Kirkuk. Hij zegt door de Iraakse inlichtingendienst met de dood te worden bedreigd. Hij reist naar Istanbul, in Turkije, vanwaar hij per vrachtwagen naar België vlucht.

'We vergeleken Ali's vingerafdrukken met de vingerafdrukken die hij in het Verenigd Koninkrijk en Zweden heeft achtergelaten', zegt het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS).' Daaruit bleek dat hij telkens een andere naam gebruikte. Hij heeft twee verschillende geboortedata opgegeven.'

'Ook over zijn verhaal was hij onduidelijk. Zo zei hij aanvankelijk dat zijn vader was gedood, later verklaarde hij dat zijn ouders nog leefden. Geen enkel document kon uitsluitsel geven over zijn ware identiteit. Zijn asielrelaas bleek duidelijk verzonnen.'
(een getuigenis volgens het CGVS)


Wat zijn de zwakke plekken?

Asielmisbruik komt in alle Europese landen voor. Het komt erop aan waakzaam te zijn en het misbruik tijdig op te sporen, zodat niemand onrechtmatig het statuut van vluchteling krijgt. Toch is België sinds enkele jaren kwetsbaarder geworden, zegt commissaris-generaal Dirk Van den Bulck. Dat komt door het aantal asielaanvragen dat in ons land, relatief gezien, veel sterker is toegenomen dan in onze buurlanden.

'Door de snelheid waarmee we de asielprocedure moeten afhandelen, komt een kwalitatieve behandeling van alle dossiers in het gedrang', zegt Van den Bulck. Of anders gezegd: door het vele werk dat de asielinstanties hebben, is er minder tijd om de verhalen van de asielzoekers grondig uit te spitten, waardoor misbruik minder snel dreigt te worden opgemerkt. En waardoor oneigenlijke asielzoekers vaker door de mazen van het net dreigen te glippen.

'Wij keuren ongeveer 25 tot 30 procent van de asielaanvragen goed', zegt Van den Bulck. 'Veel mensen die worden geweigerd, denken oprecht dat ze aanspraak konden maken op asiel. Maar anderen proberen duidelijk van de procedure misbruik te maken. Het gaat om mensen die goed beseffen dat ze geen recht hebben op asiel, maar toch de sprong wagen dooreen verhaal te verzinnen of door gegevens achter te houden, zodat we hun identiteit nooit volledig kunnen controleren. Dan gaat het al snel om de helft van de geweigerde asielaanvragen.'

Volgens Van den Bulck gebruiken zij de asielprocedure als pied à terre, om hier voet aan de grond te krijgen, al was het maar tijdelijk. Ons opvangnetwerk speelt daarbij zeker een rol. Hoewel er nu een opvangcrisis is, heeft elke asielzoeker in België recht op opvang. Daarmee zijn we veel guller dan andere landen, waar nieuwkomers echt hun plan moeten trekken. Die opvang opent deuren.

'Asielzoekers beseffen goed dat we ze niet altijd even makkelijk naar hun land kunnen terugsturen als ze hier eenmaal zijn. We stellen bijvoorbeeld vast dat Iraniërs vaak in het bezit zijn van identiteitsdocumenten, maar dat ze die niet willen tonen om te vermijden dat ze worden teruggestuurd. Zo hopen ze hun kansen gaaf te houden om in België te blijven.'

Asielzoekers proberen de asielinstanties vaak om de tuin te leiden met valse stukken. 'Het kan gaan om een zogezegde kopie van een veroordeling waarmee ze willen aantonen dat ze in hun land gevaar lopen op foltering. Vaak krijgen we ook echte gerechtelijke documenten voorgelegd, maar blijkt de naam veranderd te zijn.'

'Het is een hele opdracht om al die leugens door te prikken, zeker als de asielzoekers via professionele filières het land in zijn gekomen', zegt Van den Bulck. Die filières zijn heuse criminele netwerken die asielzoekers tegen een fikse prijs helpen om een verhaal te verzinnen en om de nodige valse documenten te verzamelen. 'Soms organiseren ze in de landen van herkomst zelfs heuse sessies die lijken op een verhoor op het Commissariaat-Generaal, zodat de asielzoekers weten waaraan ze zich hier mogen verwachten.'

Van den Bulck geeft toe dat er zeker asielzoekers zijn die het statuut van vluchteling krijgen, terwijl ze dat niet verdienen. 'We proberen ons altijd zo goed mogelijk te informeren. Als we twijfelen, geven we de asielzoeker het voordeel van de twijfel. We willen niet dat we iemand terugsturen die in zijn land écht gevaar kan lopen. Maar ik ben ervan overtuigd dat het misbruik dat aan onze ogen ontsnapt, beperkt blijft.'


Hoe moet het verder?

Het CGVS krijgt 35 tot 40 extra mensen om alle dossiers op tijd te kunnen afhandelen. Dat moet tegelijk garanderen dat elk dossier ook degelijk op zijn waarachtigheid kan worden gecontroleerd, waardoor de kans op misbruik niet groter wordt. De opvang van asielzoekers blijft een pijnpunt, vindt Van den Bulck. 'Ik pleit niet voor minder opvang, zoals in andere landen. Maar Europa moet de opvang van asielzoekers dringend harmoniseren, zodat asielzoekers niet meer kunnen shoppen.'


DS, 23-10-2010 (Yves Delepeleire en Nikolas Vanhecke)