Barst
4th October 2010, 21:41
Waarom lachen we als we iets grappig vinden?
'Waarom lachen we als we een grap horen en maken we ons plezier niet op een andere manier kenbaar, bijvoorbeeld door te huilen?' vraagt mevrouw Desie zich af. Voor een antwoord op deze vraag duiken we ver terug in de tijd.
Bent u ook weleens moeten bijkomen van het lachen? Waarschijnlijk bracht u toen geen duidelijk gearticuleerde 'haha's' voort, maar leek uw gelach meer op gehijg. Volgens Robert Provine, lachexpert van de University of Maryland Baltimore County, is onze lach geëvolueerd uit dat gehijg. 'Gelach is het geluid van het spel', mailt de neurowetenschapper en gedragsonderzoeker, van wie in 2000 het boek Laughter: A scientific investigation uitkwam.
In ons gelach klinkt volgens Provine de zware ademhaling door van primaten. Net als wij waren onze voorouders niet vies van een robbertje stoeien en kietelden ze elkaar ook om sociale banden te versterken. Terwijl ze dat deden, brachten ze een soort hijgerig gelach voort, wat je ook nu nog bij chimpansees hoort. Dat hijgerige gelach heeft zich volgens Provine ontwikkeld tot een belangrijk en zeer complex communicatiemiddel.
Toen onze voorouders rechtop gingen lopen, kregen ze meer controle over hun ademhaling doordat hun ribbenkast geen belangrijke ondersteunende rol meer speelde bij het lopen, zo luidt de theorie van Provine. Door die beheersing over de ademhaling leerden we, behalve spreken, ook echt lachen.
Tegenwoordig lachen we lang niet alleen nog maar als we stoeien of gekieteld worden. Lachen is een manier geworden waarmee we onze intenties kenbaar maken en waarmee we sociale banden versterken, ook wanneer er niet direct sprake is van fysiek contact.
Er doen veel verhalen de ronde dat lachen goed is voor de gezondheid. Zo zou lachen ervoor zorgen dat het niveau van bepaalde stresshormonen in ons lichaam verlaagd wordt. En na het proesten zou ons immuunsysteem een opkikker krijgen doordat we meer afweercellen aanmaken. Het wetenschappelijke bewijs voor die theorieën is echter heel mager.
'Het voelt wel heel goed om te lachen', zegt Provine, 'maar de veronderstelde gezondheidsvoordelen van lachbuien worden door de media opgeklopt.' De professor verbaast zich er vooral over dat er nog zo weinig onderzoek wordt gedaan naar de functie van lachen als communicatiemiddel.
Wie lacht, wanneer en waarom? In de jaren negentig ging de onderzoeker met drie studenten het veld in om die vragen te beantwoorden. Als natuurlijke habitat van de mens kozen de gedragswetenschappers een winkelcentrum. Ze observeerden er twaalfhonderd spontane lachbuien.
Het zogenaamde stand-upcomedyscenario, waarin iemand een grap maakt en daarmee de toehoorders aan het lachen krijgt, kwam maar zelden voor. Uit het onderzoek bleek dat de sprekers 46 procent meer moesten lachen dan de toehoorders. Opmerkelijk ook was dat de zinnen die voorafgingen aan het lachen vaak helemaal niet grappig waren. De shoppers lachten vaak na banale zinnen als 'waar kom jij vandaan?' en 'het was leuk je te ontmoeten'.
Provine liet zijn studenten ook een lachdagboek bijhouden. De jonge onderzoekers lagen dertigmaal vaker in een deuk als ze in gezelschap vertoefden dan wanneer ze alleen waren. Lachen vereist dus niet een grap, maar simpelweg een andere persoon.
Ook in het paargedrag is lachen niet meer weg te denken. Bij gesprekken tussen een man en een vrouw lacht een vrouw 126 procent vaker dan een man, aldus Provine. Vrouwen zijn meer geneigd om te lachen in de nabijheid van mannen die ze aantrekkelijk vinden. Dat verschil ontstaat al in de kleutertijd, en het blijkt in alle culturen zo te zijn.
DS, 04-10-2010
'Waarom lachen we als we een grap horen en maken we ons plezier niet op een andere manier kenbaar, bijvoorbeeld door te huilen?' vraagt mevrouw Desie zich af. Voor een antwoord op deze vraag duiken we ver terug in de tijd.
Bent u ook weleens moeten bijkomen van het lachen? Waarschijnlijk bracht u toen geen duidelijk gearticuleerde 'haha's' voort, maar leek uw gelach meer op gehijg. Volgens Robert Provine, lachexpert van de University of Maryland Baltimore County, is onze lach geëvolueerd uit dat gehijg. 'Gelach is het geluid van het spel', mailt de neurowetenschapper en gedragsonderzoeker, van wie in 2000 het boek Laughter: A scientific investigation uitkwam.
In ons gelach klinkt volgens Provine de zware ademhaling door van primaten. Net als wij waren onze voorouders niet vies van een robbertje stoeien en kietelden ze elkaar ook om sociale banden te versterken. Terwijl ze dat deden, brachten ze een soort hijgerig gelach voort, wat je ook nu nog bij chimpansees hoort. Dat hijgerige gelach heeft zich volgens Provine ontwikkeld tot een belangrijk en zeer complex communicatiemiddel.
Toen onze voorouders rechtop gingen lopen, kregen ze meer controle over hun ademhaling doordat hun ribbenkast geen belangrijke ondersteunende rol meer speelde bij het lopen, zo luidt de theorie van Provine. Door die beheersing over de ademhaling leerden we, behalve spreken, ook echt lachen.
Tegenwoordig lachen we lang niet alleen nog maar als we stoeien of gekieteld worden. Lachen is een manier geworden waarmee we onze intenties kenbaar maken en waarmee we sociale banden versterken, ook wanneer er niet direct sprake is van fysiek contact.
Er doen veel verhalen de ronde dat lachen goed is voor de gezondheid. Zo zou lachen ervoor zorgen dat het niveau van bepaalde stresshormonen in ons lichaam verlaagd wordt. En na het proesten zou ons immuunsysteem een opkikker krijgen doordat we meer afweercellen aanmaken. Het wetenschappelijke bewijs voor die theorieën is echter heel mager.
'Het voelt wel heel goed om te lachen', zegt Provine, 'maar de veronderstelde gezondheidsvoordelen van lachbuien worden door de media opgeklopt.' De professor verbaast zich er vooral over dat er nog zo weinig onderzoek wordt gedaan naar de functie van lachen als communicatiemiddel.
Wie lacht, wanneer en waarom? In de jaren negentig ging de onderzoeker met drie studenten het veld in om die vragen te beantwoorden. Als natuurlijke habitat van de mens kozen de gedragswetenschappers een winkelcentrum. Ze observeerden er twaalfhonderd spontane lachbuien.
Het zogenaamde stand-upcomedyscenario, waarin iemand een grap maakt en daarmee de toehoorders aan het lachen krijgt, kwam maar zelden voor. Uit het onderzoek bleek dat de sprekers 46 procent meer moesten lachen dan de toehoorders. Opmerkelijk ook was dat de zinnen die voorafgingen aan het lachen vaak helemaal niet grappig waren. De shoppers lachten vaak na banale zinnen als 'waar kom jij vandaan?' en 'het was leuk je te ontmoeten'.
Provine liet zijn studenten ook een lachdagboek bijhouden. De jonge onderzoekers lagen dertigmaal vaker in een deuk als ze in gezelschap vertoefden dan wanneer ze alleen waren. Lachen vereist dus niet een grap, maar simpelweg een andere persoon.
Ook in het paargedrag is lachen niet meer weg te denken. Bij gesprekken tussen een man en een vrouw lacht een vrouw 126 procent vaker dan een man, aldus Provine. Vrouwen zijn meer geneigd om te lachen in de nabijheid van mannen die ze aantrekkelijk vinden. Dat verschil ontstaat al in de kleutertijd, en het blijkt in alle culturen zo te zijn.
DS, 04-10-2010