PDA

Bekijk de volledige versie : Eensgezindheid in Europa


Barst
5th June 2009, 03:00
Eensgezindheid in Europa


Delen Europeanen hun waarden en idealen? Soms wel, maar veel vaker verschillen ze sterk van mening, zo blijkt uit gegevens van het Kieskompas.


Hoe erg 27 EU-lidstaten met elkaar van mening kunnen verschillen, weet iedereen die de soms Byzantijnse besluitvorming in de Europese Unie probeert te volgen. En dat is niet zo gek, blijkt uit gegevens van het Kieskompas, dat de afgelopen weken door bijna een half miljoen kiezers in Europa is ingevuld.

Europa is nog lang geen waardegemeenschap, waar over hoofdpunten overal hetzelfde wordt gedacht. Al blijken er wel degelijk thema’s te zijn waar de invullers van het Kieskompas allemaal veel prioriteit aan geven.

Zo kan je zeven stellingen aanwijzen waarover de invullers het meest een opvatting delen – of het minst van mening verschillen. Soms is die opvatting een steun in de rug voor besluitvormers in Brussel.

Zo zijn de invullers het ’overwegend eens’ over de stellingen ’Europese integratie is een goede zaak’ (overwegend mee eens), ’Duurzame energie moet worden gestimuleerd, zelfs als dit hogere energiekosten met zich meebrengt’, ’Het gebruik van openbaar vervoer moet worden aangemoedigd door het heffen van milieubelasting’, en ’Burgerlijke vrijheden mogen worden beperkt in de strijd tegen het terrorisme’.

Minder enthousiast zullen ze in Brussel zijn over de rem die de invullers zetten op de toekomstige uitbreiding met Turkije. Daar willen ze niet aan, zoals Trouw al meldde.

De invullers willen bovendien ieder nieuw Europees Verdrag kunnen goedkeuren in een referendum. Na het vastlopen van de Europese grondwet – dat in Nederlandse en Franse referenda werd afgeschoten – hoopten de EU-leiders dat nu juist te vermijden door het gewijzigde grondwettelijke verdrag niet meer aan de kiezers voor te leggen. Wij willen toch nieuwe referenda, laten de invullers van het Kieskompas daarover weten.

Opvallend is zonder meer de overeenstemming die onder invullers leeft over het veiligheids- en defensiebeleid. Ze blijken daar wel degenlijk een grotere rol voor de EU in te zien, in tegenstelling tot de politieke leiders van veel lidstaten. Die vinden dat defensie- en veiligheidsbeleid is voorbehouden aan de lidstaten, of anders beter in Navo-verband kan worden opgetuigd. Datzelfde geldt voor het buitenlands beleid. Zo kwam er pas na lang geaarzel overeenstemming over één ’EU-president’ die het gezicht van de unie naar buiten gaat vormen.

De invullers van het Kieskompas menen kennelijk dat vanwege de bedreigingen in de wereld een veel krachtiger veiligheids- en defensiebeleid op EU-niveau nodig is.

Nu wegen lang niet alle stellingen voor de invullers even zwaar. Na het beantwoorden van de stellingen konden mensen aangeven welke thema’s ze het belangrijkst vonden. Met kop en schouders kwam daarbij stelling 16 bovendrijven: de unie moet duurzame energie stimuleren. Op een goede tweede en derde plaats kwamen stelling 19 over burgerlijke vrijheden en stelling 14 over versoepeling van het ontslagrecht. Ook stelling 24 over dat het eigen land beter af is in Europa dan daarbuiten, scoort hoog.

De twee soorten gegevens – inhoudelijke overeenstemming en gewicht van de kwestie – kan je combineren. De invullers van het Kieskompas hechten er het meest aan dat de EU werk maakt van duurzame energie, het openbaar vervoer versterkt en de burgerrechten beschermt. Ze willen juist niet dat het ontslagrecht wordt versoepeld om werkloosheid tegen te gaan. Ze willen een groen en economisch ‘geborgen’ Europa. Ook hebben ze reserves over nieuwkomers. Ze willen duidelijk geen toetreding van Turkije tot de EU, vinden dat immigranten ‘onze normen en waarden moeten overnemen’, neigen vooral in Nederland en Vlaanderen naar inperking van migratie en voelen zelfs niet zoveel voor het toelaten van hooggeschoolde immigranten.

Uiteraard zijn ook de invullers van het Kieskompas het vaak oneens. Die verschillen illustreren dat Europa in een hoop opzichten nog lang geen waardegemeenschap is. Veruit het sterkst komen de verschillen naar boven bij de stelling dat het homohuwelijk een goede zaak is (stelling 7). West-Europa, Zuid-Europa en Scandinavië enerzijds zijn overwegend positief over het homohuwelijk, Oost-Europa is in meerderheid tegen, met name de invullers uit Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Litouwen en Polen.

Niet alleen bij het homohuwelijk blijkt Oost-Europa een iets andere houding aan te nemen dan de andere drie regio’s. De invullers uit die regio lijken vooral een hekel te hebben aan een grote overheid, mogelijk een erfenis van het communistische verleden. Zo steunen Oost-Europese invullers aanzienlijk minder vaak de stelling dat de sociale voorzieningen op peil gehouden moeten worden, ook als dat hogere belastingen betekent (stelling 2). Ook hechten ze aan vermindering van overheidsuitgaven, zodat de belastingen omlaag kunnen (stelling 11), en zijn ze het minst enthousiast van alle invullers om milieubelasting in te voeren ten gunste van het openbaar vervoer (stelling 17). Kennelijk vindt men in Oost-Europa dat het met die overheid wel welletjes is.

Uiteraard moeten we bij het interpreteren van deze gegevens allerlei reserves in acht nemen. De invullers van het Kieskompas zijn immers niet representatief voor het totale electoraat. Zo zullen ze bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in Europa, anders hadden ze niet de moeite genomen om alle stellingen in te vullen. Ook hebben ze toegang tot internet en zijn ze vermoedelijk hoger opgeleid dan de gemiddelde bevolking. Aan de andere kant zijn juist deze kiezers vermoedelijk degenen die vaker gaan stemmen bij de Europese verkiezingen. Zij hebben daardoor meer invloed op de selectie van volksvertegenwoordigers in Brussel. Hun antwoorden geven dus een aardige indicatie van de boodschap waarmee het Europese electoraat de politici op pad stuurt.

Duidelijk is dat de kiezers op veel terreinen de rem erop willen. Kalm aan met de toetredingsonderhandelingen met Turkije (zo niet afblazen), migratie vooral niet stimuleren (ook al is die volgens de Europese Commissie op termijn nodig om de vergrijzing op te vangen), en niet streven naar een kleinere overheid, soepeler ontslagrecht en minder sociale voorzieningen. Daar voelen zelfs deze hogeropgeleide invullers van het Kieskompas niet zoveel voor, laat staan de lageropgeleide kiezers die mogelijk niet eens de moeite nemen om naar de stembus te gaan.

De kans is klein dat die andere wens van de kiezer, meer referenda, haalbaar is. Politici willen na het debacle van de Europese Grondwet niet opnieuw hun moeizaam bereikte compromissen zo direct afhankelijk maken van het electoraat. Bovendien blijkt ook uit deze Kieswijzer dat er op ieder thema altijd wel één land of één electoraat is dat de kont tegen de krib kan gooien. De enige oplossing is misschien om EU-brede referenda te organiseren en niet meer per land.

Politici die de kloof met de burgers willen verkleinen, kunnen wel op andere manieren inspiratie putten uit het Kieskompas. De leiders in de EU zouden toch moeten overwegen nauwer samen te werken op veiligheids- en defensiebeleid. Dat schept kennelijk bij veel mensen vertrouwen. En nog een advies: hamer erop dat op Europees niveau beslissing na beslissing valt, die ervoor zorgt dat de burgerlijke vrijheden van kiezers beter worden beschermd.

Het belangrijkste is echter om op Europees niveau grootschalig en met veel publiciteit in te zetten op het stimuleren van duurzame energie, want daar is iedereen wel voor te porren. Juist deze week stelde de Europese Commissie in een rapport bovendien dat zo’n strategie misschien wel 2,8 miljoen banen op kan leveren en een procent hogere groei van het bruto nationaal product van de Europese Unie. Een typische win-win situatie, zouden ze in Brussel zeggen.


© Trouw, 05-06-2009