Barst
1st October 2008, 20:11
De mazen van het net
De privatisering van de ASLK en het Gemeentekrediet van België, in de jaren negentig, was een proces van jaren. De gedeeltelijke hernationalisering van Fortis Bank en Dexia, waarin de twee vroegere publieke banken inmiddels zijn opgegaan, vergde exact drie dagen. Ook al was daarvoor overleg nodig tussen regeringen, toezichthouders en lokale overheden van liefst vier verschillende landen. Hoeft het nog verder betoog dat we echt wel vlak bij een financiële ramp stonden?
Het doortastende, nooit eerder geziene optreden van België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk heeft de toestand bij Fortis en Dexia gestabiliseerd. Tenminste: dat hopen we. Maar zelfs als dat zo is, mag dit niet het einde van het verhaal zijn, waarna de bladzijde wordt omgeslagen en bankiers en politici weer overgaan tot de orde van de dag.
Nu de ergste paniek voorbij is, moeten we ook de schuldvraag durven te stellen. Uiteraard om de schuldigen voor hun verantwoordelijkheid te stellen en te straffen. Maar ook om maatregelen te kunnen nemen zodat dergelijke debacles zich niet meer kunnen herhalen. Zodat wij als burgers, spaarders en consumenten ons vertrouwen in het financiële systeem weer kunnen terugvinden. En, vooral, dat vertrouwen ook kunnen behouden.
De roep naar meer regulering en betere controles in de banksector klinkt deze dagen alom. Maar goede regels uitwerken en efficiënte controles ook daadwerkelijk opzetten, vergt internationale samenwerking, en politieke moed.
Als de omvang van de huidige crisis één ding heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat toezicht en controle op nationaal niveau niet meer werken. Waarom dan geen sterke en onafhankelijke Europese toezichthouder op poten zetten, zoals we ook een sterke en onafhankelijke Europese Centrale Bank hebben?
Het probleem is echter dat noch de financiële sector, noch de nationale toezichthouders, noch, zo valt te vrezen, de Europese lidstaten daarvan willen weten. De eerste om evidente redenen: hoe versnipperder en kleinschaliger het toezicht, hoe gemakkelijker de banken door de mazen van het net kunnen glippen. De nationale toezichthouders verdedigen dan weer hun eigen postjes en hun eigen machtsposities. En de nationale overheden zwaaien met hun 'soevereiniteit' - maar verliezen ook niet graag die postjes waarmee ze politiek getrouwen kunnen belonen voor bewezen diensten.
Er zullen dus heel wat belangen opzij gezet moeten worden voor er zo'n Europese toezichthouder komt. Maar als er nu geen werk van gemaakt wordt, zullen er over pakweg tien jaar nog veel meer miljarden belastinggeld nodig zijn om opnieuw banken van de ondergang te redden. Want mazen in het net zullen bankiers altijd blijven zoeken en vinden. Het komt er dus op aan ze zo klein mogelijk te maken.
DS, 01-10-2008 (Karin De Ruyter)
De privatisering van de ASLK en het Gemeentekrediet van België, in de jaren negentig, was een proces van jaren. De gedeeltelijke hernationalisering van Fortis Bank en Dexia, waarin de twee vroegere publieke banken inmiddels zijn opgegaan, vergde exact drie dagen. Ook al was daarvoor overleg nodig tussen regeringen, toezichthouders en lokale overheden van liefst vier verschillende landen. Hoeft het nog verder betoog dat we echt wel vlak bij een financiële ramp stonden?
Het doortastende, nooit eerder geziene optreden van België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk heeft de toestand bij Fortis en Dexia gestabiliseerd. Tenminste: dat hopen we. Maar zelfs als dat zo is, mag dit niet het einde van het verhaal zijn, waarna de bladzijde wordt omgeslagen en bankiers en politici weer overgaan tot de orde van de dag.
Nu de ergste paniek voorbij is, moeten we ook de schuldvraag durven te stellen. Uiteraard om de schuldigen voor hun verantwoordelijkheid te stellen en te straffen. Maar ook om maatregelen te kunnen nemen zodat dergelijke debacles zich niet meer kunnen herhalen. Zodat wij als burgers, spaarders en consumenten ons vertrouwen in het financiële systeem weer kunnen terugvinden. En, vooral, dat vertrouwen ook kunnen behouden.
De roep naar meer regulering en betere controles in de banksector klinkt deze dagen alom. Maar goede regels uitwerken en efficiënte controles ook daadwerkelijk opzetten, vergt internationale samenwerking, en politieke moed.
Als de omvang van de huidige crisis één ding heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat toezicht en controle op nationaal niveau niet meer werken. Waarom dan geen sterke en onafhankelijke Europese toezichthouder op poten zetten, zoals we ook een sterke en onafhankelijke Europese Centrale Bank hebben?
Het probleem is echter dat noch de financiële sector, noch de nationale toezichthouders, noch, zo valt te vrezen, de Europese lidstaten daarvan willen weten. De eerste om evidente redenen: hoe versnipperder en kleinschaliger het toezicht, hoe gemakkelijker de banken door de mazen van het net kunnen glippen. De nationale toezichthouders verdedigen dan weer hun eigen postjes en hun eigen machtsposities. En de nationale overheden zwaaien met hun 'soevereiniteit' - maar verliezen ook niet graag die postjes waarmee ze politiek getrouwen kunnen belonen voor bewezen diensten.
Er zullen dus heel wat belangen opzij gezet moeten worden voor er zo'n Europese toezichthouder komt. Maar als er nu geen werk van gemaakt wordt, zullen er over pakweg tien jaar nog veel meer miljarden belastinggeld nodig zijn om opnieuw banken van de ondergang te redden. Want mazen in het net zullen bankiers altijd blijven zoeken en vinden. Het komt er dus op aan ze zo klein mogelijk te maken.
DS, 01-10-2008 (Karin De Ruyter)